Notulen gemeenteraad van 28 mei 2026.
Naar aanleiding van de goedkeuring van het verslag van de vorige zitting beantwoordt schepen Marc Van Ysacker een vraag uit de vorige zitting over de timing van het renovatiedossier van wijk De Appel. De schepen geeft een overzicht van de voorlopige timing die hij ontving van woonmaatschappij Thuiswest:
De schepen besluit dat de effectieve uitvoering van de werken bijgevolg niet vóór 2028 zal starten.
Daarnaast deelt de schepen mee dat er geen interesse was van inwoners uit Westrozebeke of van wijk De Appel voor de nieuwe site aan de Sint-Jansstraat 18 in Staden. Hij voegt hier met een kwinkslag aan toe dat Westrozebeke blijkbaar te goed is om te wonen.
BESLUIT:
Artikel 1:
Gezien er geen opmerkingen zijn over het verslag van de voorgaande vergadering wordt dit aanzien als goedgekeurd.
Artikel 302 en 303 van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat elke gemeente en OCMW een systeem van klachtenbehandeling organiseren en jaarlijks hierover moeten rapporteren aan de bestuursorganen. Het lokaal bestuur ontvangt verschillende soorten vragen. Niet alle vragen worden echter als klacht beschouwd. Een klacht gaat specifiek over handelingen of prestaties die lokale ambtenaren of politici al dan niet verrichten. Dit kan gaan over een gebrekkige informatieverstrekking, een niet nagekomen afspraak of een onvriendelijke behandeling.
Het reglement klachtenbehandeling werd geactualiseerd zodat het aansluit bij de huidige organisatienoden, de organisatie van de dienstverlening en de geldende regelgeving. Hiermee ontstaat een duidelijk en uniform kader voor de behandeling en opvolging van klachten binnen de organisatie.
Het klachtenbehandelingssysteem wordt opgenomen in het actieplan rond organisatiebeheersing van het lokaal bestuur.
Het bestaande reglement klachtenbehandeling wordt geactualiseerd in functie van een hedendaagse en duidelijkere terminologie, met behoud van de oorspronkelijke doelstelling inzake een toegankelijke en onafhankelijke klachtenbehandeling.
De belangrijkste inhoudelijke aanpassing betreft de opsplitsing van de huidige rol van klachtenbehandelaar in twee onderscheiden functies, namelijk een klachtencoördinator en een klachtenbehandelaar. Deze wijziging beoogt een meer efficiënte en kwaliteitsvolle behandeling van klachten, waarbij de rol van coördinatie en procesbewaking duidelijk wordt gescheiden van de inhoudelijke behandeling en beoordeling van klachten.
Deze aanpassing verhoogt de efficiëntie, de kwaliteit van de behandeling en de interne duidelijkheid van rollen en verantwoordelijkheden, zonder afbreuk te doen aan de transparantie en de duidelijke communicatie naar de inwoner. Voor de inwoner blijft de klachtenprocedure helder en laagdrempelig. De aanpassing beoogt een betere afstemming tussen de praktijkwerking en het reglementair kader.
Reglement - procesbeschrijving klachtenbehandeling.
Schepen Bart Coopman licht het agendapunt toe.
Raadslid Joeri Deprez (fractie Anders.) merkt op dat in de schematische voorstelling een derde niveau ontbreekt, namelijk de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij de Vlaamse Ombudsdienst wanneer de behandeling op niveau 1 en niveau 2 onvoldoende tegemoetkomt aan de vraag van de klager. Hoewel dit een klein detail is, zou het volgens het raadslid een meerwaarde zijn om dit toe te voegen, zodat burgers volledig geïnformeerd zijn over alle mogelijkheden.
Daarnaast geeft het raadslid aan de voorgestelde opdeling te begrijpen, maar stelt hij voor om ook klachten van niveau 1 te registreren. Momenteel worden enkel klachten van niveau 2 opgenomen in het klachtenregister. Volgens het raadslid kan ook de registratie van kleinere klachten nuttige informatie opleveren. Wanneer bepaalde kleine klachten frequent voorkomen, kan dit aanleiding geven tot gerichte verbeteracties. Hij vraagt of dit kan worden opgenomen in de klachtenprocedure.
Schepen Bart Coopman begrijpt de bezorgdheid van het raadslid. Hij wijst er echter op dat steeds een evenwicht moet worden gezocht tussen de meerwaarde van bijkomende registraties en de bijkomende administratieve werklast die daarmee gepaard gaat. Hij erkent dat kleinere opmerkingen soms tussen de mazen van het net kunnen glippen, maar benadrukt dat een snelle dienstverlening aan de burger en een beperkte administratieve belasting eveneens belangrijk zijn. Volgens de schepen is het vooral van belang dat dergelijke opmerkingen worden opgevolgd, dat burgers een antwoord krijgen en dat de betrokken medewerkers ermee aan de slag kunnen. Hij stelt dat dit niet noodzakelijk via een formele registratie hoeft te gebeuren, maar ook kan worden besproken tijdens de werkoverleggen. Hoewel hij momenteel weinig aanleiding ziet om de procedure aan te passen, wil hij het voorstel wel nog in overleg met de diensten bekijken.
Raadslid Joeri Deprez (fractie Anders.) merkt op dat ook vele kleine klachten of opmerkingen een aanzienlijke werklast kunnen veroorzaken en dat dit eveneens in de afweging moet worden meegenomen. Indien een registratie een beter zicht kan geven op de aard en de frequentie van deze klachten, is het volgens hem toch het overwegen waard.
De schepen besluit dat het behandelen van de klacht de eerste prioriteit blijft. De registratie ervan is volgens hem slechts een administratieve handeling; de effectieve opvolging van de klacht is het belangrijkste.
BESLUIT:
Artikel 1:
Overeenkomstig artikel 302 en 303 van het Decreet Lokaal Bestuur organiseert de raad een systeem van klachtenbehandeling op ambtelijk niveau dat maximaal onafhankelijk functioneert van de diensten waarop de klachten betrekking hebben.
§1. Onder ‘klacht’ wordt verstaan: een manifeste uiting waarbij een ontevreden inwoner of externe persoon klaagt over een door de lokale overheid al dan niet verrichte handeling of prestatie.
§2. Een klacht kan zowel betrekking hebben op:
§3. Een ‘handeling of prestatie’ kan zowel betrekking hebben op:
Artikel 2:
§1. Deze klachtenprocedure is niet van toepassing op vragen om informatie, meldingen, suggesties, beroepen, bezwaren of petities.
§2. Deze klachtenprocedure is niet van toepassing op algemene klachten over de regelgeving, algemene klachten over het (al dan niet) gevoerde beleid of klachten over beleidsvoornemens of verklaringen.
§3. Deze klachtenprocedure is niet van toepassing in het woonzorgcentrum, die een eigen klachtenprocedure hanteert, conform de regelgeving van het woonzorgdecreet.
Artikel 3:
Als coördinator klachtenbehandeling treedt op:
1. De aangeduide coördinator klachtenbehandeling op ambtelijk niveau in overleg met de klachtenbehandelaar, meer bepaald de sectorcoördinator van de dienst/medewerker waarop de klacht betrekking heeft.
2. Indien de klacht betrekking heeft op de betrokken sectorcoördinator, worden het ontvankelijkheidsonderzoek, het inhoudelijk onderzoek en de beoordeling uitgevoerd door de algemeen directeur.
3. Het college van burgemeester en schepenen indien het een klacht betreft over de algemeen directeur en/of financieel directeur.
4. De deontologische commissie indien het een klacht betreft over een burgemeester, schepen of raadslid.
Artikel 4:
De coördinator klachtenbehandeling bewaakt de procedure van de klacht:
De klachtenambtenaar is verantwoordelijk voor het inhoudelijke aspect van de klacht:
Artikel 5:
Klachten worden behandeld volgens de procesbeschrijving in bijlage.
Artikel 6:
Jaarlijks wordt een verslag opgemaakt en aan de raad gerapporteerd binnen het rapport van organisatiebeheersing.
ln het decreet lokaal bestuur gaat het in hoofdstuk 5 van titel 2 over organisatiebeheersing en audit binnen de ambtelijke organisatie. Artikel 217 geeft meer uitleg over wat organisatiebeheersing inhoudt: organisatiebeheersing is het geheel van maatregelen en procedures die ontworpen zijn om een redelijke zekerheid te verschaffen dat men:
Artikel 219 bepaalt dat de algemeen directeur jaarlijks aan het college van burgemeester en schepenen, de gemeenteraad, raad voor maatschappelijk welzijn en vast bureau rapporteert over de organisatiebeheersing. Die rapportering moet jaarlijks gebeuren uiterlijk voor 30 juni.
Decreet lokaal bestuur inzonderheid artikel 41, 7° en 78, 8° en artikelen 217-220.
Het actieplan organisatiebeheersing 2023-2027 werd ter kennisgegeven in de gemeente- en OCMW-raad van 28 september 2023. Hierbij werden de acties opgelijst die de komende vijf jaar op de planning staan ter optimalisatie van de organisatiebeheersing en het kwaliteitsdenken.
Jaarlijks wordt er gerapporteerd over de acties in het kader van organisatiebeheersing in de maand mei of juni, zoals dit decretaal bepaald is. De doelstellingenrealisatie geeft een stand van zaken weer met betrekking tot de acties van 2025-2026. Vervolgens werd het actieplan ook geactualiseerd met de acties voor het komende jaar 2026-2027.
Toebehorend tot organisatiebeheersing, wordt tevens ook het klachtenrapport 2025 ter kennisname voorgelegd aan de gemeenteraad.
De algemeen directeur licht het agendapunt toe.
Raadslid Joeri Deprez (fractie Anders.) merkt op dat er een actie is ingeschreven betreffende de uitwerking van een beleidsvisie rond AI en de organisatie van een workshop AI. Hij vraagt wat dit concreet inhoudt en of er momenteel nog geen gebruik wordt gemaakt van AI binnen de organisatie.
De algemeen directeur verduidelijkt dat AI reeds in beperkte mate wordt gebruikt binnen de organisatie, maar dat het wenselijk is om hiervoor een breder en samenhangend beleidskader uit te werken. De focus ligt daarbij op het ontwikkelen van duidelijke richtlijnen en afspraken. Concreet gaat het onder meer om opleidingen voor medewerkers, in samenwerking met de informatieveiligheidsconsulent, het uitwerken van richtlijnen voor het gebruik van betalende AI-versies, het aanreiken van tips en tricks voor een correct gebruik en het bewaken van aandachtspunten inzake privacy en informatieveiligheid. De sessies rond AI zijn ondertussen in gepland in de maand oktober 2026.
Raadslid Joeri Deprez (fractie Anders.) vraagt vervolgens toelichting bij de actie rond “kwaliteitsvolle huisvesting van de IT-dienst op de site AC/DC” en hoe dit concreet moet worden begrepen.
De algemeen directeur licht toe dat dit momenteel is opgenomen binnen een ruimer programma in het kader van de site AC/DC en de speelhal. Het betreft evenwel nog een zeer vroeg stadium, waardoor hierover nog geen concrete beslissingen of plannen kunnen worden meegedeeld. Ze geeft aan dat er momenteel nog geen uitgewerkte plannen zijn, maar dat het principe van een mogelijke herlokalisatie van de IT-dienst richting het gemeentehuis als positief wordt beschouwd, onder meer om de werking dichter bij elkaar te brengen.
BESLUIT:
Artikel 1:
De gemeenteraad neemt kennis van het rapport doelstellingenrealisatie organisatiebeheersing 2025-2026 en nieuw actieplan 2026-2027, zoals bepaald in bijlage bij dit besluit.
Artikel 2:
De gemeenteraad neemt kennis van het klachtenrapport 2025 in bijlage bij dit besluit.
Een schoolbestuur moet voor elk van zijn basisscholen een schoolreglement opstellen dat de betrekkingen tussen het schoolbestuur en de ouders en de leerlingen regelt.
Voor het nieuwe schooljaar 2026-2027 moeten, naar jaarlijkse gewoonte, een aantal nieuwe of wijzigende bepalingen worden opgenomen in het gemeentelijk reglement van gemeenteschool OKIDO hoofdzakelijk ten gevolge van gewijzigde regelgeving.
Het model schoolreglement van de Onderwijsvereniging van de Steden en Gemeenten diende als basis voor de aanpassingen van het schoolreglement gewoon basisonderwijs.
Ook de afsprakennota werd onder de loep genomen en waar nodig werden enkele aanpassingen gedaan.
In concreto wordt hieronder een overzicht gegeven van de voornaamste wijzigingen in het schoolreglement:
Hieronder volgt een overzicht van de voornaamste wijzigingen in de afsprakennota:
Deze wijzigingen werden besproken en gunstig geadviseerd in het ABOC van 4 juni 2026 en de schoolraad van 16 juni 2026 (verslag wordt toegevoegd zodra beschikbaar).
Schepen Bart Coopman licht het agendapunt toe.
Raadslid Veronique Devreker (fractie Anders.) informeert naar aanleiding van het agendapunt naar de stand van zaken van de woning in de Vijfwegenstraat. Zij vraagt of deze vanaf het volgende schooljaar kan worden ingezet en zo ja, voor welke functie.
Schepen Rik Gevaert antwoordt dat de woning inderdaad tijdig zal klaar zijn. De ruimte zal in elk geval worden ingezet als godsdienstklas.
Raadslid Koen Maertens (fractie Anders.) vraagt of ook de tuin kan worden gebruikt. Schepen Bart Coopman bevestigt dit. Hij geeft aan dat dit recent nog werd besproken met de schooldirecteur.
BESLUIT:
Artikel 1:
De wijzigingen aan het schoolreglement en de bijhorende afsprakennota voor het schooljaar 2026-2027 voor gemeenteschool OKIDO, zoals gevoegd in bijlage bij dit besluit, worden goedgekeurd.
Artikel 2:
Het gewijzigde schoolreglement en bijhorende afsprakennota treden in werking op 1 september 2026.
Jaarlijks dient het lestijdenpakket voor de gemeenteschool OKIDO te worden vastgesteld door de gemeenteraad.
De teldag van 1 februari 2026 (brief AGODI van 16 maart 2026) resulteerde in volgende lestijden basisomkadering voor gemeenteschool OKIDO: 192 gesubsidieerde lesuren, 29 SES-lestijden, 2 uren kerntaak, 1 uur 'samen school maken', 2 uren aanvangsbegeleiding en 9 uren extra voor taalheldklassen. Het systeem van anderstalige nieuwkomers is vanaf het schooljaar 2026-2027 vervangen door het systeem van taalheldklassen*.
* Vanaf 1 september 2026 worden de bestaande regelingen inzake onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers hervormd in uitvoering van het decreet Ieder kind taalheld. Binnen deze hervorming kunnen scholen of scholengemeenschappen taalheldklassen organiseren voor leerlingen die onvoldoende kennis van het Nederlands bezitten om met voldoende kans op succes deel te nemen aan het reguliere onderwijsprogramma.
De taalheldklas richt zich in eerste instantie op anderstalige nieuwkomers die nieuw instromen in het Vlaamse onderwijs en die ingeschreven zijn vanaf het tweede leerjaar van het lager onderwijs. De toegang tot de taalheldklas geldt ongeacht de verblijfsstatus van de leerling. Daarnaast kan de klassenraad beslissen om ook andere leerlingen toe te laten wanneer wordt vastgesteld dat hun kennis van het Nederlands ontoereikend is om het reguliere onderwijsprogramma te volgen en eerder genomen remediërende maatregelen onvoldoende effect hebben gehad.
De toelating tot, de opvolging van en de uitstroom uit de taalheldklas behoren tot de bevoegdheid van de klassenraad. De klassenraad beoordeelt op professionele wijze of een leerling nood heeft aan een intensief taaltraject en bepaalt eveneens wanneer een leerling voldoende taalvaardig is om opnieuw volledig aan te sluiten bij het reguliere onderwijs. Indien een anderstalige nieuwkomer reeds over voldoende kennis van het Nederlands beschikt, kan de klassenraad beslissen dat deelname aan een taalheldklas niet noodzakelijk is.
De taalheldklas vormt een afzonderlijke administratieve leerlingengroep binnen het basisonderwijs. Het traject heeft een tijdelijk en intensief karakter en is gericht op een zo snel mogelijke integratie van de leerling in het reguliere onderwijs. De duur van het traject bedraagt maximaal één schooljaar, met de mogelijkheid voor de klassenraad om dit gemotiveerd te verlengen tot maximaal twee schooljaren. De Vlaamse overheid benadrukt daarbij uitdrukkelijk dat de taalheldklas een tijdelijke maatregel is en geen permanent onderwijsaanbod.
Binnen de taalheldklas wordt prioritair ingezet op het verwerven van het Nederlands als instructie- en schooltaal. Het doel bestaat erin de taalachterstand van de leerling zo snel mogelijk weg te werken zodat een succesvolle participatie aan het reguliere onderwijs mogelijk wordt. Na de doorstroom blijft de school verantwoordelijk voor de verdere taalondersteuning en opvolging van de leerling binnen de reguliere klaswerking.
Voor de organisatie van taalheldklassen voorziet de Vlaamse overheid bijkomende lestijden en omkaderingsmiddelen. Deze middelen maken deel uit van het bredere beleid Ieder kind taalheld, dat bestaat uit drie complementaire pijlers:
Aan dit pakket van basisomkadering worden er, vanuit het schoolbestuur 7/24 PWB-uren als onderwijzersuren toegevoegd. Bijkomend worden ook 12/36 PWB-uren (of 8/24) ingezet voor administratieve ondersteuning van de school en 14/36 (9/24) voor zorgondersteuning. Dit geeft een totaal van 24/24 PWB-uren.
Op basis hiervan kunnen dus maximaal 242 lesuren aangewend worden voor het lestijdenpakket in de gemeenteschool voor het schooljaar 2026-2027.
Artikel 40 decreet lokaal bestuur.
Aanwending van het lestijdenpakket:
Het resterende aantal lestijden (242 - 192 = 50 maximaal) kan worden ingezet in het kader van extra administratieve ondersteuning, opsplitsen grote klassen L3-L6, co-teaching, taalhelden en extra klassen.
De onderwijslestijden worden ook nog aangevuld met volgende ondersteunende functies:
Op basis van de gegevens van schooljaar 2025-2026 wordt de uitgave geraamd op 53.374,87 euro per jaar. Er is 54.000,00 euro beschikbaar in 2026 op 0800-00/620700 en 621700/ BESTUUR/CBS/0/IP-GEEN voor het financieren van bovengenoemde uitgave.
Goedgekeurd visum met nummer: 2026/GEM/30.
Schepen Bart Coopman licht het agendapunt toe.
Raadslid Joeri Deprez (fractie Anders.) vraagt of alle lestijden zijn ingevuld.
Schepen Bart Coopman antwoordt dat alle lestijden zijn ingevuld, met uitzondering van de levensbeschouwelijke vakken.
BESLUIT:
Artikel 1:
De teldag van 1 februari 2026 (brief AGODI van 16 maart 2026) resulteerde in volgende lestijden basisomkadering voor gemeenteschool OKIDO: 192 gesubsidieerde lesuren, 29 SES-lestijden, 2 uren kerntaak, 1 uur 'samen school maken', 2 uren aanvangsbegeleiding en 9 uren extra voor taalheldklassen. Het systeem van anderstalige nieuwkomers is vanaf het schooljaar 2026-2027 vervangen door het systeem van taalheldklassen.
Aan dit pakket van basisomkadering worden er, vanuit het schoolbestuur 7/24 PWB-uren als onderwijzersuren toegevoegd. Bijkomend worden ook 12/36 PWB-uren (of 8/24) ingezet voor administratieve ondersteuning van de school en 14/36 (9/24) voor zorgondersteuning. Dit geeft een totaal van 24/24 PWB-uren.
Aanwending van het lestijdenpakket:
Het resterend aantal onderwijslestijden (242 - 192 = 50 maximaal) worden ingezet in het kader van extra administratieve ondersteuning, opsplitsen grote klassen L1, co-teaching, halftijdse wereldklas en extra zorgtaken.
De onderwijslestijden worden ook nog aangevuld met volgende ondersteunende functies:
In het kader van de organisatie van het basisonderwijs kan een schoolbestuur beslissen om samen met scholen van andere schoolbesturen een scholengemeenschap te vormen. De organisatie en werking van deze scholengemeenschap worden vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst tussen de betrokken schoolbesturen.
Bij beslissing van de gemeenteraad van 26 maart 2026 werd beslist om voor de periode 2026-2032 verder deel uit te maken van de scholengemeenschap Strand & Polder. De huidige scholengemeenschap, georganiseerd onder de vorm van een interlokale vereniging, loopt af op 31 augustus 2026 na een werkingsperiode van zes schooljaren.
Ter voorbereiding van de nieuwe werkingsperiode wordt de vernieuwde samenwerkingsovereenkomst voorgelegd, zodat de juridische en organisatorische afspraken tussen de deelnemende schoolbesturen correct worden vastgelegd.
De scholengemeenschap zal ook tijdens de periode 2026-2032 worden georganiseerd als een interlokale vereniging zonder rechtspersoonlijkheid en zonder overdracht van beheersbevoegdheden.
De samenwerkingsovereenkomst verschilt niet wezenlijk van de vorige samenwerkingsovereenkomst. De hieronder aangeduide artikels werden gewijzigd:
De jaarlijkse toelage voor de werking van de scholengemeenschap is voorzien binnen het exploitatiebudget van het meerjarenplan 2026–2032.
Schepen Bart Coopman licht het agendapunt toe.
BESLUIT:
Artikel 1:
De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst, gevoegd als bijlage bij dit besluit, goed in kader van de verlengde deelname van het schoolbestuur van Staden aan de scholengemeenschap Strand & Polder, georganiseerd in de vorm van een interlokale vereniging.
Artikel 2:
Deze verlengde deelname wordt aangegaan voor een periode van zes schooljaren, met ingang van 1 september 2026 en eindigend op 31 augustus 2032.
Artikel 3:
Deze beslissing wordt overgemaakt aan het secretariaat van de scholengemeenschap, evenals aan de betrokken gemeente- en stadsbesturen die deel uitmaken van de scholengemeenschap Strand & Polder.
De oprichting van een gemeentelijk vrijwilligerskorps is een waardevol instrument om de gemeentelijke noodplanning te versterken. Het vrijwilligerskorps kan immers hulp en ondersteuning bieden in geval van lokale crisis- en noodsituaties. De samenwerking met Rode Kruis-Vlaanderen, beschreven in het vrijwilligerskorpsenmodel, garandeert zowel juridische bescherming voor vrijwilligers, alsook efficiëntie en coördinatie van het korps via de digitale crisistool van het Rode Kruis.
De gemeenteraad wil dus actief inzetten op de versterking van de lokale veerkracht bij lokale crisissituaties, het bevorderen van de solidariteit tussen inwoners en de weerbaarheid van individuen. We willen vrijwilligerswerk ten dienste van de lokale gemeenschap faciliteren en we willen nieuwe vrijwilligers mobiliseren. Daarom wenst de gemeenteraad deel te nemen aan een georganiseerd kader voor vrijwilligers bij noodsituaties op basis van het vrijwilligerskorpsenmodel zoals uiteengezet in de conceptnota aan de Vlaamse Regering van 23 mei 2025 over het Vlaams burgerlijk weerbaarheidsprogramma ‘vrijwilligerskorpsen’.
Het Rode Kruis kreeg van Vlaanderen een projectsubsidie om een vrijwilligerskorpsmodel uit te werken en aan te reiken aan gemeenten.
Met dit model willen ze gemeenten ondersteunen en ontlasten tijdens noodsituaties.
Iedereen die minstens 16 jaar oud is, kan lid worden van een gemeentelijk vrijwilligerskorps. Als vrijwilliger volg je een basisopleiding EHBO (met vrijstelling voor al wie een geldig EHBO-certificaat heeft), een jaarlijkse bijscholing en een simulatieoefening. In de basisopleiding zit ook een overzicht van hoe professionele hulpdiensten werken in noodsituaties en welke rol vrijwilligers kunnen opnemen. Bij noodsituaties worden de vrijwilligers opgeroepen om de hulpdiensten te ondersteunen. Ze zijn bij inzet verzekerd voor lichamelijke ongevallen en voor burgerlijke aansprakelijkheid vanaf het moment van registratie.
Een gemeentelijk vrijwilligerskorps bestaat uit minstens 10 vrijwilligers, dat is een voorwaarde voor de effectieve oprichting. De Vlaamse regering financiert de training tot 80 vrijwilligers.
De ondersteuning van het Rode Kruis vertaalt zich vooral naar het aanbieden van opleidingen voor vrijwilligers, het voorzien van een digitale crisistool voor rekrutering, jaarlijkse opfrissingstraining en simulatieoefeningen, ondersteuning bij opstart en coördinatie en beheer van vrijwilligers via hun platform.
De doelstelling is om samen te bouwen aan een netwerk van goed opgeleide vrijwilligers die kunnen ingezet worden bij crisissen, noodsituaties of lokale incidenten met maatschappelijke impact.
Er zijn geen kosten voorzien voor de gemeente bij het oprichten van een gemeentelijk vrijwilligerskorps, behalve als er wordt gekozen om meer dan 80 vrijwilligers op te leiden.
Het college van burgemeester en schepenen neemt akte van de ondersteuning die door de Vlaamse Regering via Rode Kruis-Vlaanderen ter beschikking wordt gesteld van gemeentelijke vrijwilligerskorpsen. De Vlaamse financiering dekt de kosten voor de applicatie waarin vrijwilligers zich moeten registreren en noodvragen gesteld kunnen worden en voor de aangeduide coördinator van het Rode Kruis-Vlaanderen. Daarnaast dekt de Vlaamse financiering de kosten voor de EHBO-opleidingen en jaarlijkse bijscholingen en simulaties van/voor de vrijwilligers en dit t.e.m. de 80e vrijwilliger. Vanaf de 81e vrijwilliger worden deze kosten door het lokaal bestuur gedragen. Alle geregistreerde vrijwilligers zijn bij inzet tijdens noodsituaties via de applicatie gedekt door de verzekering van Rode Kruis-Vlaanderen, zowel de verzekering ‘lichamelijke ongevallen’ als de verzekering ‘burgerlijke aansprakelijkheid’.
Burgemeester Ludwig Willaert licht het agendapunt toe.
Raadslid Joeri Deprez (fractie Anders.) vraagt hoe het zit met de BA-verzekering en de verzekering voor lichamelijke ongevallen voor de betrokken vrijwilligers. Hij merkt op dat rechtsbijstand niet expliciet vermeld wordt en vraagt of dit in bepaalde situaties niet aangewezen zou zijn. Daarnaast informeert hij of de bestaande gemeentelijke polis hiervoor kan worden aangewend.
De burgemeester antwoordt dat de mogelijkheid bestaat dat rechtsbijstand vervat zit in de BA-verzekering, maar dat hij de polis zelf nog niet heeft kunnen inkijken. Hij geeft aan dat reeds verschillende steden en gemeenten zijn toegetreden tot dit systeem en engageert zich om dit verder te laten nakijken.
Raadslid Koen Pattijn (fractie CD&V) komt tussen en stelt dat hij de oprichting van een lokaal vrijwilligerskorps als een belangrijke meerwaarde beschouwt. Hij verwijst naar bestaande structuren zoals het Psychosociaal Hulpverleningsnetwerk (PSH), het Rode Kruis en gelijkaardige organisaties die reeds een essentiële rol opnemen bij rampen en noodsituaties. Volgens hem blijven er evenwel bijkomende taken waarvoor een lokaal vrijwilligerskorps een zinvolle aanvulling kan vormen. Hij benadrukt dat in een gemeente als de onze een grote bereidheid tot solidariteit aanwezig is.
BESLUIT:
Artikel 1:
De gemeenteraad beslist om te starten met de oprichting van een gemeentelijk vrijwilligerskorps.
Artikel 2:
De gemeenteraad beslist tot aansluiting van het gemeentelijk vrijwilligerskorps bij het vrijwilligerskorpsmodel zoals beschreven in de conceptnota aan de Vlaamse Regering.
Vlaams burgerlijk weerbaarheidsprogramma ‘vrijwilligerskorpsen’. Binnen dit model krijgt het gemeentelijk vrijwilligerskorps ondersteuning van Rode Kruis-Vlaanderen inzake:
• het opleiden van vrijwilligers;
• de coördinatie, registratie en verzekering van vrijwilligers via de digitale crisistool.
Artikel 3:
Het vrijwilligerskorps zal minstens 10 leden en maximaal 80 leden omvatten.
Artikel 4:
De gemeenteraad geeft machtiging aan het college van burgemeester en schepenen tot over te gaan tot de effectieve oprichting wanneer de voorwaarden van het besluit Vlaamse Regering 18 juli 2025 zijn voldaan en tot de uitrol van het vrijwilligerskorps.
Het protocolakkoord tussen de gemeente Staden en het parket West-Vlaanderen vormt het afsprakenkader voor de behandeling van gemengde inbreuken in het kader van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties (GAS). Het bepaalt de modaliteiten van de samenwerking tussen de lokale overheid en het parket.
De gemeenteraad keurde in zitting van 28 november 2024 het protocolakkoord tussen de gemeente Staden en het parket West-Vlaanderen betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor gemengde inbreuken goed.
Naar aanleiding van de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek en de gewijzigde richtlijnen van de procureur des Konings van West-Vlaanderen, vervat in de gewijzigde versie van 26 mei 2026 van de Arrondissementele Omzendbrief WVL 2024/05, dient het bestaande protocolakkoord te worden aangepast aan de nieuwe wettelijke bepalingen en de gewijzigde afspraken inzake de afhandeling van gemengde inbreuken.
De nieuwe arrondissementele omzendbrief treedt in werking op 1 september 2026 en voorziet in een geactualiseerde afbakening van de feiten die administratief dan wel strafrechtelijk worden behandeld. Om de continuïteit van de handhaving te waarborgen en de samenwerking tussen de gemeente en het parket in overeenstemming te brengen met de nieuwe regelgeving, is een actualisering van het protocolakkoord noodzakelijk.
De wijzigingen aan het nieuwe Strafwetboek hebben evenwel ook gevolgen voor de zonale politieverordening openbare orde. Bepaalde overtredingen uit het voormalige Strafwetboek worden niet langer als gemengde inbreuk gekwalificeerd, terwijl verwijzingen naar strafrechtelijke bepalingen moeten worden aangepast aan de nieuwe artikelnummering. Daarnaast kunnen bepaalde gedragingen enkel nog via een gemeentelijke administratieve sanctie worden beteugeld indien zij uitdrukkelijk als administratieve inbreuk zijn opgenomen in de gemeentelijke of zonale regelgeving. Door de timing van de wijzigingen aan de GAS-wetgeving en de publicatie van de aangepaste arrondissementele omzendbrief is het niet haalbaar om alle noodzakelijke aanpassingen aan de zonale politieverordening tijdig af te ronden vóór 1 september 2026.
Gelet op de inwerkingtreding van de nieuwe arrondissementele omzendbrief op 1 september 2026 en de noodzaak om de samenwerking tussen de gemeente Staden en het parket West-Vlaanderen hierop af te stemmen, wordt het aangepaste protocolakkoord wel al ter goedkeuring van de gemeenteraad voorgelegd.
Burgemeester Ludwig Willaert licht het agendapunt toe.
BESLUIT:
Artikel 1:
Het aangepaste protocolakkoord betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor gemengde inbreuken en voor inbreuken verkeer, zoals toegevoegd in bijlage bij dit besluit, wordt goedgekeurd.
Artikel 2:
De burgemeester en de algemeen directeur als vertegenwoordigers van het college van burgemeester en schepenen worden gemachtigd dit protocolakkoord namens de gemeente Staden te ondertekenen.
Met het Decreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (BOA) beoogt de Vlaamse overheid een geïntegreerde en samenhangende afstemming van buitenschoolse opvang en vrijetijdsactiviteiten voor schoolgaande kinderen in het kleuter- en lager onderwijs.
Het decreet stelt hierbij volgende strategische doelstellingen voorop:
Het lokaal bestuur wordt binnen dit decreet aangeduid als regisseur van het buitenschoolse beleid. Het is verantwoordelijk voor de uitwerking van een lokaal BOA-beleid in samenwerking met relevante lokale partners, binnen de krachtlijnen van het Vlaamse beleidskader.
In het kader van de decreetwijziging van 16 mei 2025 werd het instrument van het lokaal erkenningskader verder versterkt. Dit erkenningskader biedt steden en gemeenten de mogelijkheid om lokale opvang- en vrijetijdsinitiatieven te erkennen als BOA-initiatieven, binnen door het lokaal bestuur vastgelegde visie en kwaliteitsvoorwaarden, en met respect voor de Vlaamse minimumnormen.
Het lokaal erkenningskader heeft tot doel te komen tot een samenhangend, kwaliteitsvol en toegankelijk aanbod van buitenschoolse opvang en activiteiten, waarbij elk kind binnen de gemeente gelijke toegang krijgt tot een divers en afgestemd aanbod.
Het erkennings- en subsidiekader voor Staden ligt nu ter goedkeuring van de gemeenteraad voor.
Het decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten.
Het lokaal erkennings- en subsidiekader BOA richt zich tot organisatoren die op het grondgebied van Staden buitenschoolse opvang- en/of vrijetijdsactiviteiten aanbieden aan kleuters en/of lagereschoolkinderen.
Er worden twee onderscheiden categorieën van erkende BOA-initiatieven gehanteerd:
Voor beide categorieën worden specifieke erkenningsvoorwaarden vastgelegd waaraan erkende BOA-initiatieven dienen te voldoen.
Deze erkenningsvoorwaarden zijn opgebouwd rond zes kerngebieden, met name:
Deze zes kerngebieden zijn gebaseerd op de door de Vlaamse overheid vastgelegde minimale kwaliteitsvoorwaarden.
Het erkennings- en subsidiekader omvat tevens een afzonderlijk hoofdstuk met betrekking tot de erkenningsprocedure en de modaliteiten inzake subsidiëring van het aanbod.
De gemeente Staden heeft beslist in te stappen in het BOA-traject met ingang van 1 september 2026.
Voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 augustus 2026 ontvangt de gemeente de lopende transitiesubsidie, ten bedrage van 197.520,03 euro.
Vanaf 1 september 2026 heeft de gemeente recht op de tijdelijke BOA-subsidie met compensatie. Op jaarbasis bedraagt deze subsidie 318.070,67 euro. Gelet op de instapdatum wordt deze subsidie evenwel pro rata berekend voor een periode van vier maanden, hetgeen resulteert in een bedrag van 106.314,03 euro.
Het totaal aan middelen waarover de gemeente Staden in 2026 kan beschikken in het kader van het BOA-beleid bedraagt aldus de som van de transitiesubsidie en de tijdelijke BOA-subsidie met compensatie, zijnde 303.834,06 euro.
BOA Staden erkennings- en subsidiekader.
Schepen Bart Coopman licht het agendapunt toe. Hij benadrukt dat de voorliggende documenten een belangrijke mijlpaal vormen binnen het BOA-traject en spreekt zijn waardering uit voor iedereen die heeft meegewerkt aan de totstandkoming ervan.
Raadslid Sophie Nuytten (fractie Anders.) geeft aan dat het een duidelijk en overzichtelijk document is. Zij informeert of er ook acties worden voorzien om nieuwe initiatieven te ondersteunen.
Schepen Bart Coopman antwoordt dat het lokaal bestuur geen subsidies zal voorzien voor nieuwe opvanginitiatieven. Er is bewust voor gekozen dat de buitenschoolse kinderopvang een kerntaak van het lokaal bestuur blijft en dus door de gemeente zelf wordt georganiseerd. Hij merkt op dat andere steden en gemeenten hierin andere beleidskeuzes hebben gemaakt.
De schepen verduidelijkt verder dat het reglement wel mogelijkheden biedt voor initiatieven binnen de vrijetijdssector, bijvoorbeeld voor organisaties die op zelfstandige basis sportkampen of andere activiteiten organiseren. Het reglement richt zich daarbij op initiatieven die nog niet via een andere erkenningsregeling, zoals die voor sport- of cultuurverenigingen, erkend zijn. Voor reeds erkende verenigingen is deze regeling dan ook niet van toepassing.
Tot slot benadrukt de schepen dat de gemeentelijke diensten initiatiefnemers zullen begeleiden waar nodig.
BESLUIT:
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het BOA erkennings- en subsidiekader, zoals gevoegd in bijlage bij deze beslissing, goed.
De cafetaria van sporthal De Wankaarde wordt uitgebaat op basis van een concessieovereenkomst. In zitting van de gemeenteraad van 25 april 2024 werd een nieuwe concessieovereenkomst goedgekeurd voor een tweede concessietermijn met dezelfde uitbater, met ingang van 1 mei 2024 en voor een duur van 5 jaar.
Op 28 mei 2026 werd deze concessieovereenkomst evenwel voortijdig beëindigd. Om de verdere uitbating van de cafetaria te verzekeren, is het aangewezen een nieuwe concessieprocedure op te starten met het oog op de aanstelling van een nieuwe concessionaris. Het college van burgemeester en schepenen stelde in zitting van 15 juni 2026 de vernieuwde concessievoorwaarden vast.
Er wordt voorgesteld een nieuwe concessieovereenkomst af te sluiten voor een periode van 5 jaar. De leidraad, waarin de selectie- en gunningsvoorwaarden zijn opgenomen, wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad. Na goedkeuring kan de oproep worden gepubliceerd en kunnen geïnteresseerde kandidaten hun kandidatuur indienen bij het gemeentebestuur.
Alle tijdig ingediende kandidaturen worden getoetst aan de vastgestelde toegangs- en selectievoorwaarden. De geselecteerde kandidaten worden vervolgens uitgenodigd voor een persoonlijk gesprek. Zowel de schriftelijke kandidatuur als de mondelinge toelichting worden beoordeeld op basis van de vooraf vastgelegde gunningscriteria, waarna een gemotiveerd voorstel tot toewijzing wordt geformuleerd.
Het volledige lastenboek, met alle voorwaarden en modaliteiten van de concessie, is als bijlage bij dit dossier gevoegd.
Publicatiekanalen
De oproep voor kandidaturen zal volgens volgend kanalen gebeuren:
Indienen kandidatuur
Kandidaturen met de vereiste bijlagen dienen bezorgd te worden aan het Gemeentebestuur via een van volgende kanalen:
Bijlage 1: Lastenboek.
Burgemeester Ludwig Willaert licht het agendapunt toe.
Raadslid Wouter Van Vooren (fractie WESTAON) vraagt wat de verdere aanpak zal zijn indien er binnen de voorziene termijn van zes weken geen kandidaturen worden ingediend. De burgemeester antwoordt dat de oproep dan desgevallend verlengd kan worden.
Raadslid Martijn Snaet (fractie CD&V) informeert of de toekomstige uitbater vrij is in de keuze van brouwer. De burgemeester bevestigt dat de uitbater hierin volledig vrij is.
Raadslid Koen Demonie (fractie Vlaams Belang) vraagt of relevante ervaring in de horecasector een vereiste is.
De burgemeester antwoordt dat de kandidaturen zullen worden beoordeeld aan de hand van vier gunningscriteria, namelijk kredietwaardigheid, visie op de uitbating, relevante ervaring in de horecasector en motivatie. Relevante horeca-ervaring vormt daarbij geen uitsluitingscriterium, maar wel een beoordelingscriterium. De uiteindelijke beoordeling zal gebeuren op basis van de ingediende kandidaturen en de gesprekken met de kandidaten, waarbij de verschillende criteria in hun geheel worden afgewogen om de meest geschikte kandidaat te selecteren.
BESLUIT:
Artikel 1:
De gemeenteraad keurt de lastvoorwaarden voor een nieuwe concessieopdracht van de cafetaria Sporthal De Wankaarde, zoals gevoegd in bijlage bij dit besluit, goed.
Artikel 2:
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van deze beslissing.
1. Raadslid Chris Verhaeghe (fractie Anders.) komt terug op zijn vraag uit een vorige zitting over het eventuele bufferbekken op de grens van Oostnieuwkerke en Roeselare. Hij informeert of de gemeente ondertussen een officieel bericht van OVAM heeft ontvangen waaruit blijkt dat de betrokken gronden niet vervuild zijn. Schepen Bart Coopman en burgemeester Ludwig Willaert antwoorden dat de gemeente hierover nog geen officieel bericht van OVAM heeft ontvangen. De burgemeester adviseert het raadslid om zijn contactpersoon bij OVAM te vragen deze informatie ook officieel aan het gemeentebestuur over te maken.
2. Raadslid Chris Verhaeghe (fractie Anders.) wijst op een recente subsidieoproep van Toerisme Vlaanderen, waarbij projecten rond buitenbeleving, innovatie, waterbeleving en natuurpositieve initiatieven in aanmerking komen voor subsidies tot 300.000 euro per project, binnen een totaalbudget van 2 miljoen euro. Hij merkt op dat deze oproep goed aansluit bij het project rond openwaterzwemmen en vraagt of hiervoor reeds een subsidieaanvraag werd ingediend. Daarnaast informeert hij welke van de twee mogelijke locaties de voorkeur geniet. Schepen Miet Vandenbulcke antwoordt dat zij pas diezelfde dag kennis heeft genomen van de subsidieoproep en dat de mogelijkheden verder zullen worden onderzocht. Er is momenteel nog geen beslissing genomen over de locatie voor openwaterzwemmen en er bestaan nog geen concrete plannen. Zij benadrukt dat een dergelijk project grondig moet worden voorbereid en bijgevolg zeker niet deze zomer gerealiseerd zal worden. Tot slot deelt zij mee dat vanuit de buurt reeds een klacht werd geformuleerd.
3 Raadslid Chris Verhaeghe (fractie Anders.) verwijst naar het recente arrest in het dossier rond de marktplaatsen. Hij betreurt dat de gemeente de procedure heeft verloren en hierdoor ook de gerechtskosten moet dragen. Volgens hem werd bovendien veel tijd en energie in de zaak geïnvesteerd. Hij stelt dat de gemeente zich voornamelijk heeft gebaseerd op het reglement, zonder een afdoende motivering. Het raadslid vindt het vooral jammer dat er nooit overleg tussen de betrokken partijen tot stand is gekomen. Volgens hem had een compromis tussen beide marktkramers mogelijk moeten zijn. Hij betreurt dat de situatie zo ver is geëscaleerd.
De burgemeester antwoordt dat het gemeentebestuur wel degelijk bereid was om in overleg te treden. Hij stelt echter dat één van de partijen onmiddellijk een advocaat heeft aangesteld, waardoor de mogelijkheden tot een minnelijke regeling sterk werden bemoeilijkt. Volgens hem heeft het bestuur binnen die omstandigheden gehandeld zoals het kon.
Raadslid Chris Verhaeghe antwoordt dat hij inzage heeft gekregen in een brief van de advocaat van één van de partijen, waarin uitdrukkelijk werd vermeld dat diens cliënt nog steeds bereid was om rond de tafel te zitten. Hij citeert deze passage en stelt dat hierop vanuit de gemeente nooit een reactie is gekomen. Volgens hem is dit een gemiste kans. De burgemeester erkent dat het jammer is dat de procedure tot kosten voor de gemeente heeft geleid, maar herhaalt dat de onmiddellijke aanstelling van een advocaat door één van de partijen voor het bestuur geen uitnodiging vormde tot overleg. Om de belangen van de gemeente te verdedigen, werd eveneens juridisch advies ingewonnen. Schepen Miet Vandenbulcke betreurt de volledige situatie en merkt op dat uiteindelijk vooral de inwoners hiervan de dupe zijn. Zij hoopt dat het dossier hiermee kan worden afgesloten en wijst erop dat inmiddels ook een klacht werd ingediend bij het Agentschap Binnenlands Bestuur. Raadslid Geert Moerkerke (fractie Anders.) merkt op dat elke handelaar concurrentie moet kunnen verdragen en dat dit eigen is aan het ondernemerschap.
4. Raadslid Chris Verhaeghe (fractie Anders.) geeft aan dat hij meerdere klachten heeft ontvangen over een toename van zwaar verkeer in Ommegang Noord, ook tijdens de nacht. Hij vraagt of er wijzigingen zijn gebeurd die deze stijging kunnen verklaren. Schepen Rik Gevaert antwoordt dat er geen wijzigingen werden doorgevoerd en dat hij geen verklaring heeft voor de toegenomen beleving van zwaar verkeer. Het raadslid informeert vervolgens naar de stand van zaken van de geplande bypass aan de Pereboomstraat. De schepen antwoordt dat het dossier gunstig evolueert. De omgevingsvergunning werd inmiddels verkregen. Er moeten evenwel nog gesprekken worden gevoerd met de laatste eigenaars om de noodzakelijke percelen te kunnen verwerven.
5. Raadslid Chris Verhaeghe (fractie Anders.) verwijst naar de recente regenval en stelt vast dat op verschillende locaties, onder meer in de Kasteelstraat en de Grote Veldstraat, aanzienlijke erosie is opgetreden waarbij vruchtbare landbouwgrond op de rijweg terechtkwam. Hij vraagt of de gemeente nog beschikt over een erosiecoördinator. Schepen Bonny Vergauwe bevestigt dat de gemeente hiervoor samenwerkt met Inagro.
Het raadslid wijst vervolgens op een nieuw Vlaams subsidiereglement voor erosiebestrijdingsprojecten, dat volgens hem belangrijke voordelen biedt, zoals een subsidiepercentage van 90%, een snellere uitvoering, kwaliteitsgarantie en administratieve ontzorging. Hij verwijst onder meer naar de mogelijkheid om zogenaamde geknikte opritten aan te leggen, waardoor afstromend water beter kan worden opgevangen en naar de grachten kan worden geleid. Hij roept het gemeentebestuur op om zo snel mogelijk werk te maken van dergelijke erosieprojecten.
Schepen Bonny Vergauwe antwoordt dat voor de uitvoering van dergelijke maatregelen ook de medewerking van de betrokken landbouwers noodzakelijk zal zijn. Raadslid Chris Verhaeghe merkt op dat geknikte opritten volgens hem een doeltreffende oplossing kunnen bieden en verwacht dat hiervoor bij de landbouwers voldoende draagvlak bestaat.
6. Raadslid Sophie Nuytten (fractie Anders.) komt terug op haar vraag uit een eerdere gemeenteraad over het kruispunt Spanjestraat–Colliemolenstraat. Zij stelt vast dat inmiddels nieuwe wegmarkeringen werden aangebracht, maar vraagt of ook de aangekondigde bijkomende maatregelen nog zullen worden uitgevoerd. Schepen Bart Coopman antwoordt dat het snelheidsregime ondertussen werd aangepast. Verdere maatregelen zijn voorlopig nog niet genomen. Hij engageert zich om dit dossier opnieuw op de agenda van de mobiliteitsraad te plaatsen.
7. Raadslid Veronique Devreker (fractie Anders.) deelt mee dat haar fractie opnieuw met de "blauwe fiets" op pad is gegaan en in het kader van de werken in de Roeselarestraat een bevraging bij de buurt heeft georganiseerd. Zij kondigt aan het verslag hiervan aan de bevoegde schepenen te bezorgen. Volgens het raadslid bevat de bevraging geen grote verrassingen. Uit de samenvatting blijkt vooral dat er bij de buurt een ruim draagvlak bestaat voor de geplande werken. De voornaamste aandachtspunten hebben betrekking op de bereikbaarheid, de communicatie en de verkeersveiligheid. Daarnaast wordt erop gewezen dat de noodzakelijke innames van landbouwgronden mogelijk voor vertraging kunnen zorgen.
Schepen Rik Gevaert antwoordt dat de innames van landbouwgronden zich situeren in de latere fases van het project. De werken zijn opgedeeld in een twaalftal fases, waardoor hiervoor nog enige tijd beschikbaar is. De onderhandelingen met de betrokken eigenaars zijn ondertussen opgestart. Momenteel blijven nog slechts een tweetal à drietal dossiers open.
Schepen Bart Coopman bedankt het raadslid voor het bezorgen van de opmerkingen. Hij benadrukt dat communicatie een bijzonder belangrijk aandachtspunt blijft. Zo werd vorige week vrijdag nog een bijkomende nieuwsbrief verspreid via het WhatsApp-kanaal. Hij merkt op dat de planning soms sneller evolueert dan voorzien, onder meer door gunstige weersomstandigheden of een vlotte voortgang van de werken door de aannemer. Een snelle en duidelijke communicatie blijft daarom noodzakelijk.
Schepen Rik Gevaert voegt eraan toe dat ook de wegmarkeringen voor fietsers een belangrijk aandachtspunt vormen. Hij zal dit op de eerstvolgende werfvergadering bespreken. Hij verzekert dat de werf nauwgezet wordt opgevolgd en dat, indien nodig, snel kan worden bijgestuurd.
8. Raadslid Koen Maertens (fractie Anders.) informeert naar de stand van zaken van een recent ernstig geval van sluikstorten en vraagt of er reeds zicht is op de daders. Schepen Bonny Vergauwe antwoordt dat de betrokken landbouwer aangifte heeft gedaan bij de politie. Tot op heden werd hierover nog geen verdere informatie ontvangen.
9. Raadslid Koen Demonie (fractie Vlaams Belang) komt terug op zijn vraag uit de vorige gemeenteraad over de wegmarkeringen in de Slijperstraat ter hoogte van de wegversmalling. Hij stelt vast dat aan beide zijden markeringen werden aangebracht, maar dat één van de lijnen onvolledig is. Schepen Rik Gevaert verduidelijkt dat het niet om verf gaat, maar om markeringen die worden ingebrand. Hij bevestigt dat één markering inderdaad te kort werd aangebracht en dat dit in de loop van volgende week zal worden rechtgezet.
10. Raadslid Koen Demonie (fractie Vlaams Belang) deelt mee dat hij van verschillende inwoners de vraag kreeg of het Kerkplein in Oostnieuwkerke tijdens evenementen in Zonneheem als parking kan worden gebruikt.
Schepen Rik Gevaert antwoordt dat het Kerkplein niet werd aangelegd om als parkeerterrein te fungeren. Hij wijst erop dat het plein, dat is uitgevoerd in blauwe hardsteen, reeds regelmatig herstellingen vergt ten gevolge van de wekelijkse markt. Bijkomend zouden ook de verkeersveiligheid en de veiligheid van spelende kinderen in het gedrang kunnen komen indien voertuigen het plein vrij op- en afrijden. Hij merkt op dat de keuze om de markt op het Kerkplein te organiseren een beslissing van het vorige bestuur was, maar dat dit losstaat van de oorspronkelijke aanleg en bestemming van het plein.
11. Burgemeester Ludwig Willaert geeft een stand van zaken van de dossiers van de kerken in Sint-Bavo in Westrozebeke en Onze-Lieve-Vrouw in Oostnieuwkerke. Hij deelt mee dat beide dossiers gunstig evolueren. Voor de kerk van Onze-Lieve-Vrouw werd toestemming verkregen om de volgende fase van de dakwerken op te starten. Voor de kerk van Westrozebeke wordt na de zomervakantie gestart met het dossier inzake de zwambestrijding. Raadslid Chris Verhaeghe (fractie Anders.) informeert vervolgens naar de toestand van de kerk in Staden en merkt op dat ook daar belangrijke kosten te verwachten zijn. De burgemeester antwoordt dat voor de kerk van Staden in het kader van de opmaak van het meerjarenplan geen bijkomende financiële middelen werden gevraagd.
De voorzitter sluit de zitting op 25/06/2026 om 20:19.
Namens gemeenteraad,
Tine Dochy
algemeen directeur
Sarah Van Walleghem
voorzitter