De notulen van de vorige openbare zitting van 27 november 2025 werden aan de raadsleden ter beschikking gesteld via e-notulen.
Artikel 44, 181 en 182 van het OCMW-decreet.
De notulen worden onder de verantwoordelijkheid van de algemeen directeur opgesteld. Elk raadslid heeft het recht tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen van de vorige vergadering. Aangenomen opmerkingen worden aangepast. Zonder opmerkingen, worden de notulen als goedgekeurd beschouwd en worden ze door de voorzitter en de algemeen directeur ondertekend.
Notulen openbare zitting van vorige vergadering 27 november 2025.
BESLUIT:
Artikel 1:
De notulen van het openbaar gedeelte van de vergadering van 27 november 2025 worden goedgekeurd.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur reikt oplossingen aan om een echt geïntegreerd lokaal en sociaal beleid mogelijk te maken, met respect voor de verschillende rechtspersonen, die erbij betrokken zijn. Daaruit volgt dat de gemeente en het OCMW een gezamenlijk meerjarenplan opstellen, dat door beide raden wordt vastgesteld.
In de BBC (Beleids en beheerscyclus) maken de gemeente en het ocmw een beleids- en financiële planning op vanuit een meerjarig en strategisch perspectief, voor de komende 6 jaar. Beide rechtspersonen hebben samen één doelstellingenboom, waarbij de doelstellingen van het OCMW en die van de gemeente vervlochten zijn. Ook het financiële evenwicht wordt beoordeeld voor de gemeente en het OCMW samen.
De gemeente en het OCMW hebben een geïntegreerd meerjarenplan, maar hebben wel nog hun eigen bevoegdheid voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de OCMW-raad moet eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de OCMW-raad heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.
De goedkeuring van de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes die de OCMW-raad maakt.
In de voorliggende beslissing keurt de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan 2026-2031 van de gemeente goed.
Het meerjarenplan bestaat uit een strategische nota, een financiële nota, een toelichting en bijkomende documentatie.
In de strategische nota wordt de beleidsverklaring met kerncijfers en de beschrijving van de beleidsdoelstellingen als ook de omschrijving van de acties met verwachten ontvangsten en uitgaven weergegeven.
In de financiële nota wordt de financiële vertaling van de beleidsopties uit de strategische nota weergegeven, alsook alles wat valt onder gelijkblijvend beleid. Er wordt verduidelijkt hoe het financiële evenwicht wordt gehandhaafd.
De toelichting en documentatie van het meerjarenplan bevat alle informatie over de verrichtingen in het ontwerp van meerjarenplan die relevant zijn voor de raadsleden om met kennis van zaken een beslissing te nemen.
Het ontwerp van meerjarenplan bevat volgende documenten:
Omdat elke rechtspersoon voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan, blijft in het meerjarenplan een duidelijk onderscheid bestaan tussen de kredieten van de gemeente en die van het OCMW. Dat komt tot uiting in het schema met het overzicht van de kredieten (schema M3), waarin de kredieten voor de gemeente en het OCMW apart worden opgenomen.
Burgemeester Ludwig Willaert licht het agendapunt uitgebreid toe, zowel voor het OCMW-deel als voor het gemeentelijke luik. Hij schetst het verloop van het voorbije jaar en de verschillende stappen die in het proces werden doorlopen. Hij benadrukt dat het Strategisch Meerjarenplan een belangrijk beleidsdocument is waarin de beleidsambities voor de komende jaren worden vastgelegd. Ondanks de opgenomen acties en investeringen blijft volgens de burgemeester voldoende financiële ademruimte bestaan om in te spelen op toekomstige opportuniteiten en uitdagingen voor het lokaal bestuur.
Open VLD
Raadslid Joeri Deprez neemt namens de Open VLD-fractie het woord. De fractie geeft aan het Strategisch Meerjarenplan grondig te hebben bestudeerd vanuit haar rol als oppositiepartij, met een kritische maar constructieve ingesteldheid. Het plan wordt omschreven als een document dat de beleidsmatige krijtlijnen voor de komende jaren uitzet, vertrekkend vanuit de sterktes van de gemeente en met de ambitie toekomstige noden te beantwoorden. De fractie erkent dat de opmaak van een strategisch meerjarenplan een complexe evenwichtsoefening is tussen maatschappelijke noden, beleidsambities en beschikbare financiële middelen.
De Open VLD-fractie spreekt haar waardering uit voor alle betrokken actoren, en in het bijzonder voor de gemeentelijke diensten die hebben bijgedragen aan de totstandkoming van het plan. Positief wordt ook gereageerd op de inspanningen om het plan af te toetsen bij de bevolking via inspraakmomenten en droomtafels. Tegelijk wordt aangegeven dat meer duidelijkheid gewenst is over welke concrete acties effectief voortvloeien uit deze droomtafels, aangezien deze slechts beperkt herkenbaar zijn in het plan.
De fractie stelt tevreden vast dat de voorgestelde acties gerealiseerd kunnen worden binnen de beschikbare middelen. Er wordt vastgesteld dat rekening werd gehouden met bezorgdheden die tijdens de gemeenteraad van oktober werden geuit. Het behoud van de bestaande belastingsvoeten en het niet aangaan van nieuwe leningen maken verdere schuldafbouw mogelijk, een traject dat reeds in de vorige legislatuur werd ingezet en door de fractie wordt toegejuicht.
Daarnaast verleent de Open VLD-fractie expliciete steun aan een aantal acties, waaronder investeringen in het gemeentelijk patrimonium. De geplande uitbouw van een sporthal in Oostnieuwkerke, de renovatie van het oud gemeentehuis in Westrozebeke en de bouw van een polyvalente ruimte op de site Sint-Jan worden beschouwd als initiatieven met duidelijke meerwaarde. Ook acties die inzetten op nabijere dienstverlening, inclusie en verbinding worden positief geëvalueerd.
Tegelijk uit de fractie bezorgdheid over het gebrek aan concrete uitwerking van verschillende acties. Er wordt gewezen op een tekort aan detail, financiële transparantie en duidelijke keuzes. Volgens de fractie is hier ruimte voor bijsturing en verdere politieke dialoog. Daarnaast wordt vastgesteld dat bepaalde beleidsdomeinen, zoals landbouw en duurzaamheid, toerisme, ondernemen, zorg en flankerend onderwijs, onvoldoende of niet concreet aan bod komen in het plan.
Samenvattend stelt de Open VLD-fractie dat het Strategisch Meerjarenplan waardevolle en beloftevolle acties bevat, maar dat de strategische doelstellingen scherpte, onderscheidend vermogen en het spreekwoordelijke “peper en zout” missen. Door het gebrek aan concrete en prikkelende accenten blijven de doelstellingen te algemeen en onvoldoende richtinggevend. Bovendien zijn niet alle strategische pijlers uitgewerkt. Hoewel waardering wordt uitgesproken voor het geleverde werk, blijven inhoudelijke bezorgdheden bestaan. De Open VLD-fractie kondigt daarom aan zich te zullen onthouden bij de stemming.
Voorafgaand aan de inhoudelijke vragen kondigt de fractie een creatieve afsluiter aan in de vorm van het gedicht “Waar plannen ademhalen …”, dat door verschillende fractieleden wordt voorgelezen.
De burgemeester bedankt de Open VLD-fractie voor de poëtische bijdrage en gaat in op enkele aangehaalde punten. Wat betreft de droomtafels verwijst hij naar het verslag dat is opgenomen in de bundel. Alle bevindingen van de infoavonden werden daarin verwerkt. Hij begrijpt de kritiek op vermeende vaagheid niet volledig, aangezien bij elke actie een duidelijke omschrijving is opgenomen. Het betreft een strategisch plan, waarbij niet alle 79 acties reeds tot in detail kunnen worden uitgewerkt. Over deze acties zal bovendien per semester gerapporteerd worden aan de gemeenteraad.
Na deze algemene beschouwingen gaat de Open VLD-fractie over tot de inhoudelijke vraagstelling over het Strategisch Meerjarenplan.
Raadslid Koen Maertens vraagt verduidelijking bij actie 2 omtrent de oprichting van contactpunten: locatie, openingsuren, personeelsinzet en reikwijdte van de dienstverlening.
De burgemeester antwoordt dat de volledige uitwerking nog moet gebeuren, maar dat het gaat om contactpunten in Oostnieuwkerke en Westrozebeke met een doorverwijsfunctie. Huisbezoeken op afroep blijven mogelijk. De scope zal vermoedelijk vooral liggen bij de dienstverlening van de dienst Leven.
Raadslid Veronique Devreker komt tussen over actie 5 “Open Bib” en uit bezorgdheid over veiligheid, aansprakelijkheid en toezicht. Schepen Miet Vandenbulcke erkent dat verdere uitwerking nodig is en licht toe dat gewerkt zal worden met toegangscontrole via identiteitskaart, lidmaatschap en reglementering. Er zal geleerd worden uit ervaringen van andere gemeenten en mogelijk gestart worden met een proefperiode.
Raadslid Joeri Deprez stelt vragen bij actie 3 over de nieuwe website en het centraal telefoonnummer, gelet op het beperkte budget. Schepen Bart Coopman antwoordt dat bijkomende middelen via het GBB beschikbaar zijn en dat wordt ingezet op een tweesporenbeleid: digitale dienstverlening voor wie dat kan, met behoud van persoonlijke dienstverlening. De mogelijke integratie van een chatbox wordt onderzocht.
Raadslid Sophie Nuytten komt tussen over de actie inzake de thuis- en zorgdienst. Zij verwijst naar eerdere signalen over een mogelijke afbouw van deze dienstverlening en merkt op dat de huidige actie in het meerjarenplan verzwakt is geformuleerd. In de financiële nota worden geen concrete cijfers teruggevonden over een eventuele afbouw. Het raadslid vraagt naar de doelstelling van het bestuur met deze dienstverlening. Burgemeester Ludwig Willaert antwoordt dat het de bedoeling is deze dienstverlening kritisch te evalueren. De thuis- en zorgdienst is verlieslatend, maar heeft ook duidelijke maatschappelijke meerwaarde. Er zal een afweging worden gemaakt over de toekomst ervan. De burgemeester herhaalt de intentie om dit dossier verder te bespreken met de gemeenteraad tijdens een informele zitting.
Raadslid Sophie Nuytten stelt bijkomende vragen bij actie 6 betreffende de buurtcontactpersonen, meer bepaald over de selectiecriteria, het aantal, de geografische afbakening, een eventuele vergoeding, verantwoordelijkheden en opleiding. De burgemeester licht toe dat buurtcontactpersonen vooral zullen fungeren als voelsprieten in hun straat of wijk. Het engagement zal vrijwillig zijn en beperkt tot een signaal- en doorgeeffunctie naar de gemeentelijke diensten. Er zal geen handhavende rol zijn. Een basisopleiding wordt voorzien en het systeem zal eerst op beperkte schaal worden getest alvorens eventuele uitbreiding.
Raadslid Koen Maertens stelt vragen bij actie 9 inzake openbare toiletten. Hij vraagt naar het aantal locaties, samenwerking met private partners, openingsuren en de zichtbaarheid van exploitatie- en onderhoudskosten in het budget. Hij waarschuwt voor onderschatting van kosten en problemen rond veiligheid en vandalisme. De burgemeester geeft aan dat verschillende pistes worden onderzocht, maar dat de uitwerking nog niet concreet is. Nachtelijke openstelling is niet de bedoeling.
Raadslid Geert Moerkerke vraagt bij actie 11 waarom gekozen wordt voor een leeftijdsgrens van 75 jaar voor het ter beschikking stellen van rookmelders en suggereert om rookmelders beschikbaar te maken voor iedereen die ze financieel moeilijk kan aankopen. De burgemeester antwoordt dat de leeftijdsgrens als richtlijn wordt gehanteerd en dat de concrete modaliteiten nog verder zullen worden uitgewerkt.
Raadslid Veronique Devreker vraagt toelichting bij actie 2.4 inzake de uitvoering van het commercieel plan en het voorziene budget. Schepen Miet Vandenbulcke antwoordt dat het budget voornamelijk bestemd is voor de vernieuwing van de Stadenbon. Bijkomende acties, waaronder een mogelijke ondernemersaward, kunnen gefinancierd worden via middelen in het GBB.
Raadslid Joeri Deprez komt tussen over actie 12 rond kinderopvang. Hij vindt de concrete uitwerking onvoldoende duidelijk en verwijst naar eerdere discussies over centralisatie van de speelpleinwerking. Hij stelt vast dat verschillende pistes worden vermeld zonder duidelijke keuze.
Schepen Miet Vandenbulcke verduidelijkt dat voor 2026 is gekozen voor een decentrale werking in juli en augustus, met een centrale werking tijdens het bouwverlof. Deze keuze werd gemaakt met de ambitie ze gedurende de legislatuur aan te houden. Schepen Bart Coopman bevestigt deze toelichting en benadrukt dat alternatieven steeds geëvalueerd blijven worden. De burgemeester voegt toe dat het meerjarenplan werd afgeklopt begin november om aan wettelijke termijnen te voldoen, terwijl verdere uitwerking nadien is gebeurd. Schepen Bart Coopman bevestigt deze toelichting en benadrukt dat alternatieven steeds geëvalueerd blijven worden. De burgemeester voegt toe dat het meerjarenplan werd afgeklopt begin november om aan wettelijke termijnen te voldoen, terwijl verdere uitwerking nadien is gebeurd.
Raadslid Sophie Nuytten vraagt meer uitleg bij actie 16 over de bouw van een nieuwe sporthal, met vragen over locatie, grondaankoop en budgettering. De burgemeester licht toe dat twee mogelijke locaties worden onderzocht en dat elke piste voor- en nadelen heeft. Het voorziene budget blijft grotendeels gelijk, ongeacht de locatie. Schepen Rik Gevaert vult aan dat de voorbereiding samen met de sportraad zal gebeuren.
Raadslid Sophie Nuytten stelt vervolgens vragen bij actie 17 over de toelage voor padelterreinen. De Open VLD-fractie betwijfelt de noodzaak en wijst op mogelijke geluidsoverlast en alternatieve besteding van middelen.
De burgemeester antwoordt dat de vereniging instaat voor de uitvoering en dat de gekozen locatie weinig overlast zou veroorzaken.Met betrekking tot de trajectcontrole uit raadslid Demonie kritiek op de investeringen die door de vorige beleidsploeg werden gedaan. Volgens hem zal de trajectcontrole weinig opbrengen, aangezien voertuigen vanuit Zarren op een traject van iets meer dan één kilometer reeds tweemaal moeten vertragen. Hij vraagt zich af hoeveel ongevallen er in het verleden daadwerkelijk zijn gebeurd op dit traject en stelt dat dit er zeer weinig zijn, waardoor een trajectcontrole volgens hem geen meerwaarde biedt. De Vlaams Belang-fractie beschouwt dit als een pestmaatregel en een ongeoorloofde inkomstenbron op kap van de burger. Indien er ongevallen zijn gebeurd, zouden deze zich volgens het raadslid voornamelijk aan kruispunten hebben voorgedaan. Het raadslid wijst erop dat een bedrag van 33.000 euro is voorzien voor het verplaatsen van de palen en noemt dit onverantwoord, gelet op de juridische en financiële problemen waarmee trajectcontroles volgens hem geconfronteerd worden. Hij verwijst naar gerechtelijke uitspraken waarbij boetes werden vernietigd omdat dossiers niet door bevoegde politieagenten werden gevalideerd, wat volgens hem wijst op een te grote invloed van private bedrijven. Daarnaast verwijst hij naar een onderzoek dat door de bevoegde Vlaamse minister werd opgestart om na te gaan of trajectcontroles worden ingezet voor verkeersveiligheid dan wel als verdienmodel voor gemeenten. Deze elementen wijzen volgens hem op een complexe realiteit waarin de ethiek en effectiviteit van trajectcontroles onder druk staan. Hij vraagt zich af waarom het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) niet investeerde in trajectcontrole op de N36 in Staden, terwijl er reeds twee trajectcontroles onder beheer van AWV zijn. Verder stelt de Vlaams Belang-fractie zich vragen bij het nut van een trajectcontrole over een afstand van 1,4 km waarin op bepaalde plaatsen moet worden gestopt of vertraagd. Het raadslid vraagt of er ook wordt geflitst bij het binnen- en buitenrijden van de trajectcontrole indien sneller dan 30 km/u wordt gereden. Hij is van oordeel dat van bestuurders niet kan worden verwacht dat zij onmiddellijk afremmen na het passeren van een snelheidsbord, maar dat zij de tijd moeten krijgen om hun snelheid aan te passen. Daarnaast vraagt hij of de trajectcontrole dag en nacht actief zal zijn en stelt hij dat handhaving van 30 km/u om bijvoorbeeld 4 uur ’s nachts zinloos is. Volgens de Vlaams Belang-fractie zou een snelheid van 50 km/u geen afbreuk doen aan de verkeersveiligheid. Het is volgens het raadslid duidelijk dat Vlaams Belang geen voorstander is van de voorziene trajectcontrole in de deelgemeente Staden. De fractie vraagt om dit punt uit te stellen tot er duidelijkheid is over de juridische en financiële implicaties. In afwachting daarvan stelt raadslid Demonie voor om een referendum te organiseren bij de inwoners van Staden, Oostnieuwkerke en Westrozebeke.
Burgemeester Ludwig Willaert reageert op het betoog en verduidelijkt dat het systeem van trajectcontrole in de gemeente grondig verschilt van de systemen waarbij boetes door een rechter werden vernietigd. In Staden zijn geen private bedrijven betrokken. De burgemeester benadrukt dat trajectcontrole wel degelijk een meerwaarde kan hebben voor de verkeersveiligheid, zeker in een ingekorte zone 30. Hij verwijst naar resultaten van een flitscontrole in de Sint-Elooistraat nabij de Vijfwegenstraat, waarbij hij geschrokken was van het aantal vastgestelde snelheidsovertredingen. Dit toont volgens hem aan dat trajectcontrole in zone 30 een reële bijdrage kan leveren aan de verkeersveiligheid. De burgemeester licht toe dat alle opties voor het gebruik van de aangekochte palen werden onderzocht. Het voorstel om deze weg te nemen en te verkopen zou volgens hem neerkomen op "geld breken met hamers". Er werd bewust gekozen om de palen te benutten in functie van verkeersveiligheid, en niet om financiële redenen. Hij erkent dat het aantal boetes aanvankelijk hoog kan zijn, maar verwacht dat dit zal afnemen naarmate het rijgedrag verbetert en bijgevolg ook de verkeersveiligheid verbetert.
Raadslid Demonie geeft aan niet overtuigd te zijn door deze toelichting. Volgens hem wordt een verkeerde beslissing van de vorige beleidsploeg zonder meer verdergezet door de nieuwe bestuursploeg. Hij noemt het weggesmeten geld en pleit ervoor om de palen alsnog te verwijderen. Raadslid Chris Verhaeghe reageert dat het argument dat trajectcontrole een belasting zou zijn eenvoudig kan worden weerlegd: wie zich aan de snelheid houdt, betaalt geen boete. Raadslid Koen Maertens voegt toe dat er een wetsvoorstel op tafel ligt om een minimale afstand vast te leggen waarbinnen niet mag worden geflitst, zoals dit reeds in Nederland bestaat. Hij durft de stelling niet onderschrijven dat er weinig ongevallen zijn gebeurd en benadrukt dat elk ongeval er één te veel is. Raadslid Wouter Van Vooren vult aan met een persoonlijk voorbeeld waarbij zijn zoon werd aangereden op een zebrapad op de markt, wat aantoont dat niet alle ongevallen de media halen.
Voorzitter van de gemeenteraad Sarah Van Walleghem sluit het debat over de trajectcontrole af en stelt vast dat er een duidelijk verschil in visie bestaat tussen de meerderheid en de Vlaams Belang-fractie.
Raadslid Demonie gaat vervolgens in op het gebrek aan acties voor landbouw in het meerjarenplan. Hij stelt dat landbouw voor hem een belangrijk thema is en dat hij in het plan weinig tot geen ondersteuning voor landbouwers terugvindt. Volgens hem weerspiegelt de Vlaamse regelgeving zich ook op gemeentelijk niveau, maar wordt in de budgetten en meerjarenplanning geen ondersteuning voorzien. Landbouwers worden geconfronteerd met talrijke controles en steeds wijzigende regelgeving, wat leidt tot onzekerheid en financiële problemen. Hij is van mening dat landbouwers die door tegenslagen worden getroffen, moeten kunnen rekenen op financiële ondersteuning van de gemeente. Volgens het raadslid dragen de meerderheidspartijen een grote verantwoordelijkheid in het financieel debacle waarmee landbouwers geconfronteerd kunnen worden. Ook ondersteuning richting provincie en Vlaamse overheid, evenals begeleiding bij omgevingsvergunningen, door de gemeente laat volgens hem te wensen over. Het raadslid benadrukt dat landbouwers hard werken om kwalitatief voedsel te produceren en dat zij geconfronteerd worden met controles door onder meer VLM, VMM en instanties inzake dierenwelzijn, soms op een volgens hem onmenselijke manier. Dit leidt tot hoge boetes en gerechtelijke procedures. Hij stelt de vraag of landbouwers misschien als criminelen moeten worden behandeld. Vlaams Belang wil meer vrijheid geven aan landbouwers om te boeren, onder het motto “Red onze boeren”. Hij benadrukt dat landbouwers beschikken over zeer vooruitstrevende technieken inzake dierenwelzijn en voedselveiligheid, die zware investeringen vergen, terwijl de gemeente volgens hem geen of te weinig ondersteuning voorziet. Hij uit daarbij kritiek op CD&V, die hij altijd als landbouwpartij beschouwde.
Burgemeester Ludwig Willaert reageert dat hij in de tussenkomst van het raadslid vooral verwarring hoort tussen Vlaamse en gemeentelijke bevoegdheden. Als gemeente kan men volgens hem geen Vlaams beleid wijzigen, maar enkel eigen parlementsleden aanspreken. Hij benadrukt dat er wel degelijk gemeentelijke ondersteuning is voor landbouwers. In dossiers rond omgevingsvergunningen kunnen landbouwers rekenen op respectvol advies en begeleiding binnen het bestaande wettelijke kader. Schepen Bonny Vergauwe sluit zich hierbij aan en somt de initiatieven op die de gemeente neemt ter ondersteuning van landbouwers. Hij is het niet eens met de kritiek van raadslid Demonie en benadrukt dat de aangehaalde problemen grotendeels buiten de gemeentelijke bevoegdheid vallen. Hij verwijst onder meer naar de ophaling van 28 ton landbouwfolie, de ondersteuning bij vergunningsaanvragen, het onderhoud van landbouwwegen, uitrijstroken en het groenbeheer langs landbouwwegen.
WESTOAN
Raadslid Wouter Van Vooren (WESTOAN) heeft geen vragen meer maar zal proberen het punt af te sluiten voor de stemming. Het raadslid stelt dat er vanavond een belangrijke stap wordt gezet voor onze gemeente. Het meerjarenplan 2026-2031 is niet zomaar een document, het is een kompas voor de toekomst van Staden. Een toekomst waarin er samen gebouwd wordt aan een warme, bruisende en leefbare gemeente. Het raadslid wil namens de WESTOAN-fractie eerst en vooral hun coalitiepartner CD&V bedanken voor de constructieve samenwerking. Zetelen in een meerderheid is nieuw voor de WESTOAN-fractie, maar samen met CD&V hebben ze gezocht naar evenwichtige keuzes, met respect voor ieders accenten. Vervolgens wil het raadslid ook de oppositie bedanken voor hun kritische blik en opbouwende suggesties. Deze insteken hebben geholpen om dit plan nog sterker te maken. WESTAON trok in 2024 naar de verkiezingen met drie kernwoorden: Luisteren, Verbinden, Verbeteren. Het programma was onderverdeeld in 4 hoofdthema’s die vandaag weerspiegeld zijn in dit meerjarenplan:
Dit meerjarenplan is geen eindpunt, maar een uitnodiging om samen verder te werken en actiepunten te concretiseren. Samen met inwoners, verenigingen en ondernemers. Want alleen door samenwerking maken we van Staden een plek waar iedereen zich thuis voelt. Het raadslid eindigt zijn betoog met de oproep om dit plan niet alleen goed te keuren maar ook waar te maken, en dit voor de kinderen, de ouderen en elke inwoner.
Open VLD
Na deze woorden vraagt de Open VLD-fractie opnieuw het woord want ze willen nog wijzen op een aantal lacunes in het voorliggende meerjarenplan.
Raadslid Veronique Devreker haalt volgende punten aan: het voorliggende Strategisch Meerjarenplan bevat weinig concrete informatie over de ondersteuning van verenigingen. De Open VLD-fractie stelt voor om de subsidies aan verenigingen af te schaffen en de gemeentelijke accommodaties gratis ter beschikking te stellen van verenigingen. Momenteel merken zij op dat de meest actieve verenigingen, die het meeste mensen samenbrengen, het zwaarst getroffen worden door de verhoging van de huur van de zalen. Het raadslid wijst verder op vragen omtrent de aansluiting bij het Verenigingsloket Vlaanderen. Het is volgens hem niet altijd duidelijk welke verenigingen hieronder vallen, wat precies wordt verstaan onder een erkende vereniging en wanneer verenigingen wel of niet bij de gemeente kunnen aankloppen. Het begrip “risico” blijft vaag: vallen zaken zoals SABAM, verzekeringen, leveranciers en financiële verplichtingen hieronder? Het raadslid benadrukt dat heldere en transparante criteria noodzakelijk zijn om misverstanden te vermijden. Daarnaast merkt het raadslid op dat in het meerjarenplan niets wordt vermeld over een mogelijke regionale samenwerking rond het woonzorgcentrum. Binnen de regio bleek Lichtervelde als enige bestuur bereid een voortraject te lopen om snel tot formele beslissingen te komen na de installatie van de nieuwe legislatuur, terwijl andere besturen meerdere pistes openhouden (zoals regionale samenwerking of verzelfstandiging). Het raadslid vraagt om meer duidelijkheid over de bevindingen en conclusies van het gelopen traject met de buurgemeenten en welke keuze of richting Staden hierin wil nemen. Schepen Marc Van Ysacker meldt dat dit traject nog lopende is en dat Staden de gesprekken blijft volgen, maar dat er nog geen definitieve keuze is gemaakt. Tot slot verwijst het raadslid naar de Gemeente-Stadsmonitor 2023, waaruit blijkt dat de tevredenheid van inwoners lager ligt dan de West-Vlaamse benchmark op verschillende domeinen, zoals bibliotheken, speelplekken voor kinderen, sportvoorzieningen en sportparticipatie, voorzieningen voor jongeren en cultuur en uitgaansgelegenheden. Opvallend is dat de diensten aan het onthaal niet expliciet worden benoemd. Het raadslid merkt op dat deze werking vandaag vlotter loopt dan vroeger, maar dat het belangrijk blijft om hier de vinger aan de pols te houden en constant te voorzien in een groeicurve, aangezien het onthaal het uithangbord van de gemeente blijft.
Raadslid Koen Maertens geeft aan dat hij in het voorliggende Strategisch Meerjarenplan weinig terugvindt rond toerisme. Hij wijst op de geplande grote campagne van Westtoer in april 2026 ter promotie van het vernieuwde fietsknooppuntennetwerk. Enkele maanden geleden had hij reeds gesuggereerd dat tegen die datum de nieuwe toeristische kaarten zouden moeten klaar zijn, in aansluiting op het volledig in kaart brengen van alle trage wegen. Het raadslid betreurt dat hierover niets concreets is opgenomen in het voorliggende meerjarenplan. Raadslid Chris Verhaeghe vult aan dat de toeristische kaarten slechts kunnen worden gerealiseerd als de trage wegenkaart volledig is afgerond. Hij wijst erop dat bij de wissel van bestuursploeg er nog discussiepunten waren betreffende de trage wegen. Burgemeester Ludwig Willaert merkt op dat de definitieve trage wegenkaart reeds werd goedgekeurd in de vorige legislatuur. Schepen Bart Coopman verduidelijkt dat de zogenaamde groene wegen de basis zullen vormen voor de nieuwe toeristische kaarten. Het betreft hierbij uitsluitend de trage wegen die zeker behouden blijven. Over potentiële nieuwe trage wegen wordt nog geen gewag gemaakt, omdat dit enkel voor verwarring zou zorgen. Eveneens worden dossiers van mogelijke afschaffing van trage wegen buiten beschouwing gelaten, aangezien de toeristische kaarten uitsluitend gebaseerd zullen zijn op de bestaande en te behouden groene wegen.
Raadslid Sophie Nuytten merkt op dat in het Strategisch Meerjarenplan geen acties zijn opgenomen met betrekking tot de verdere ontwikkeling van de zorgsite aan woonzorgcentrum De Oever. Nochtans ziet zij hier belangrijke mogelijkheden om te werken rond inclusie. Zij wijst erop dat de uitbouw van bijkomende plaatsen in kinderopvang perfect in harmonie kan verlopen met de werking van woonzorgcentrum De Oever. Daarnaast kunnen volgens het raadslid ook toegankelijke woonentiteiten worden voorzien voor personen met specifieke zorgnoden, waarvoor zelfstandig wonen niet langer mogelijk is.
Verder vraagt raadslid Sophie Nuytten naar het engagement van het bestuur inzake het aanpassen en toegankelijk maken van publieke gebouwen. Tot slot informeert zij of tijdens deze legislatuur een (vernieuwde) uitgave van de seniorengids wordt voorzien.
Burgemeester Ludwig Willaert antwoordt dat de ontwikkeling van de zorgsite momenteel het voorwerp uitmaakt van verder onderzoek en dat hierover in de loop van de legislatuur keuzes zullen worden gemaakt. Hij merkt op dat de door het raadslid aangehaalde voorstellen ook tijdens de vorige legislatuur in de plannen voorkwamen, maar toen niet werden gerealiseerd. Op dit moment is het voor de huidige bestuursploeg nog onvoldoende duidelijk welke invulling aan deze gronden kan worden gegeven, waardoor hierover geen acties werden opgenomen in het voorliggende Strategisch Meerjarenplan. Schepen Marc Vanysacker vult aan dat de seniorengids zal worden vernieuwd in 2026.
Raadslid Koen Maertens komt aanvullend tussen en geeft aan weet te hebben van inwoners van de gemeente die, omwille van de onaangepastheid van hun woning, genoodzaakt zijn om op zoek te gaan naar een aangepaste woonoplossing buiten de gemeentegrenzen. Hierdoor verliezen zij niet alleen hun woning, maar ook hun sociale verankering binnen de gemeente. Het raadslid vraagt het bestuur om na te denken over manieren waarop dergelijke bewoners in Staden kunnen blijven wonen en hun sociale contacten kunnen behouden.
Raadslid Chris Verhaeghe stelt vervolgens een vraag over de plannen van het bestuur inzake de aanleg van bijkomende bufferbekkens. Gelet op de klimaatverandering zal de nood hieraan volgens hem alleen maar toenemen. Hij vraagt of er nieuwe bufferbekkens worden gepland en wijst opnieuw op de gronden in de Cockstraat als een geschikte locatie om het centrum van Oostnieuwkerke te beschermen tegen wateroverlast. Schepen Bonny Vergauwe antwoordt dat er binnen de gemeente ook reeds heel wat natuurlijke bufferzones aanwezig zijn. Hij suggereert dat een bufferbekken richting Roeselare mogelijk meer aangewezen is. Burgemeester Ludwig Willaert verduidelijkt dat in het Strategisch Meerjarenplan het geraamde bedrag voor de verkoop van gronden werd verminderd. Ondanks deze realistische raming verwacht hij dat er aan de site Cockstraat nog gronden verkocht zullen kunnen worden, aangezien daar bijna vier hectare werd aangekocht. Een bufferbekken op deze site is voorlopig niet opgenomen in het meerjarenplan. De noodzaak en locatie van bijkomende bufferbekkens zullen verder worden onderzocht in overleg met de hogere en bevoegde instanties, die zullen motiveren waar en wanneer dergelijke infrastructuur noodzakelijk is.
Raadslid Geert Moerkerke vraagt of er nog verder werk zal worden gemaakt van de uitwerking van een natuurbegraafplaats. Burgemeester Ludwig Willaert antwoordt dat de huidige bestuursploeg op korte termijn geen verdere plannen heeft voor de realisatie van een natuurbegraafplaats. Schepen Bonny Vergauwe vult aan dat er op korte termijn wel werk zal worden gemaakt.
Burgemeester Ludwig Willaert sluit het debat af met de vaststelling dat niet alle wensen en verwachtingen binnen één meerjarenplan kunnen worden gerealiseerd. Hij benadrukt evenwel dat bij de opmaak van het Strategisch Meerjarenplan bijzondere aandacht is besteed aan de sociale dimensie en het maatschappelijke welzijn binnen de gemeente.
BESLUIT:
Artikel 1:
De OCMW-raad stelt het meerjarenplan 2026-2031 van het OCMW vast.
Artikel 2:
Het budgettair resultaat van het boekjaar van het OCMW in 2031 bedraagt - 2.849.444,00 euro.
Het gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar van het OCMW in 2031 bedraagt -806.293,00 euro.
Het gecumuleerd budgettair resultaat 2031 bedraagt -3.655.737,00 euro.
Er zijn 1.100 euro onbeschikbare gelden.
Dit maakt dat het beschikbaar budgettair resultaat van het OCMW in 2031 bedraagt -3.656.837,00 euro.
De autofinancieringsmarge boekjaar van het OCMW in 2031 bedraagt -2.735.444,00 euro.
Artikel 3:
De kredieten van het OCMW voor boekjaar bedragen 2026 (M3) worden vastgesteld.
| Soort krediet |
Totaal bedrag voor 2026 |
| Totaal exploitatie-uitgaven |
€ 11.658.318 |
| Totaal exploitatie-ontvangsten |
€ 9.971.070 |
| Totaal investerings-uitgaven |
€ 134.000 |
| Totaal investerings-ontvangsten |
€ 443.369 |
| Totaal financierings-uitgaven |
€ 475.531 |
| Totaal financierings-ontvangsten |
0 |
Artikel 4:
Het geconsolideerd budgettair resultaat van het boekjaar in 2031 bedraagt 1.568.479,00 euro.
Het geconsolideerd gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar in 2031 bedraagt 16.558.743,00 euro.
Het geconsolideerd gecumuleerd budgettair resultaat 2031 bedraagt 18.127.222,00 euro.
Er zijn geconsolideerd 1.100,00 euro onbeschikbare gelden.
Het geconsolideerd beschikbaar budgettair resultaat in 2031 bedraagt 18.126.122,00 euro.
De geconsolideerde autofinancieringsmarge boekjaar in 2031 bedraagt 2.489.656,00 euro.
De geconsolideerde gecorrigeerde autofinancieringsmarge in 2031 bedraagt 2.835.372,00 euro.
Conform art. 41, 23° van het decreet lokaal bestuur is het toekennen van nominatieve subsidies de exclusieve bevoegdheid van de raad. De lijst van nominatieve toelagen 2026 deel OCMW wordt nu ter goedkeuring voorgelegd aan de OCMW-raad.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Jaarlijks wordt een lijst opgemaakt van de nominatieve toelagen. Deze subsidies kunnen exploitatie-toelagen zijn of investeringstoelagen. Deze subsidies zijn niet onderworpen aan een OCMW-subsidiereglement en worden daarom als aparte lijst ter goedkeuring voorgelegd aan de OCMW-raad. Niettegenstaande de lijst van de nominatieve subsidies geen onderdeel meer uitmaakt van het meerjarenplan, zijn de nodige kredieten wel voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 (budget 2026).
BESLUIT:
Artikel 1:
de raad neemt kennis van het gunstig advies van de financieel directeur.
Artikel 2:
de raad keurt de lijst van nominatieve toelagen 2026 deel gemeente goed zoals toegevoegd in bijlage.
De voorzitter sluit de zitting op 18/12/2025 om 21:16.
Namens OCMW-raad,
Tine Dochy
algemeen directeur
Sarah Van Walleghem
OCMW-voorzitter