Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur reikt oplossingen aan om een echt geïntegreerd lokaal en sociaal beleid mogelijk te maken, met respect voor de verschillende rechtspersonen, die erbij betrokken zijn. Daaruit volgt dat de gemeente en het OCMW een gezamenlijk meerjarenplan opstellen, dat door beide raden wordt vastgesteld.
In de BBC (Beleids- en beheerscyclus) maken de gemeente en het OCMW een beleids- en financiële planning op vanuit een meerjarig en strategisch perspectief, voor de komende 6 jaar. Beide rechtspersonen hebben samen één doelstellingenboom, waarbij de doelstellingen van het OCMW en die van de gemeente vervlochten zijn. Ook het financiële evenwicht wordt beoordeeld voor de gemeente en het OCMW samen.
De gemeente en het OCMW hebben een geïntegreerd meerjarenplan, maar hebben wel nog hun eigen bevoegdheid voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de OCMW-raad moet eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de OCMW-raad heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.
De goedkeuring van de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes die de OCMW-raad maakt.
In de voorliggende beslissing keurt de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan 2026-2031 van de gemeente goed.
Het meerjarenplan bestaat uit een strategische nota, een financiële nota, een toelichting en bijkomende documentatie.
In de strategische nota wordt de beleidsverklaring met kerncijfers en de beschrijving van de beleidsdoelstellingen als ook de omschrijving van de acties met verwachten ontvangsten en uitgaven weergegeven.
In de financiële nota wordt de financiële vertaling van de beleidsopties uit de strategische nota weergegeven, alsook alles wat valt onder gelijkblijvend beleid. Er wordt verduidelijkt hoe het financiële evenwicht wordt gehandhaafd.
De toelichting en documentatie van het meerjarenplan bevat alle informatie over de verrichtingen in het ontwerp van meerjarenplan die relevant zijn voor de raadsleden om met kennis van zaken een beslissing te nemen.
Het ontwerp van meerjarenplan bevat volgende documenten:
Omdat elke rechtspersoon voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan, blijft in het meerjarenplan een duidelijk onderscheid bestaan tussen de kredieten van de gemeente en die van het OCMW. Dat komt tot uiting in het schema met het overzicht van de kredieten (schema M3), waarin de kredieten voor de gemeente en het OCMW apart worden opgenomen.
Burgemeester Ludwig Willaert verwijst naar zijn uitgebreide uiteenzetting over dit agendapunt in de OCMW-raad.
BESLUIT:
Artikel 1 :
De gemeenteraad stelt het meerjarenplan 2026-2031 van de gemeente vast.
Artikel 2:
Het budgettair resultaat van het boekjaar van de gemeente in 2031 bedraagt 4.417.923,00 euro.
Het gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar van de gemeente in 2031 bedraagt 17.793.905,00 euro.
Het gecumuleerd budgettair resultaat 2031 bedraagt 22.211.828,00 euro.
Er zijn geen onbeschikbare gelden.
Het beschikbaar budgettair resultaat van de gemeente in 2031 bedraagt 22.211.828,00 euro.
De autofinancieringsmarge boekjaar van de gemeente in 2031 bedraagt 5.225.099,00 euro.
Artikel 3:
De kredieten van de gemeente voor het boekjaar 2026 (M3) worden vastgesteld.
| Soort krediet |
Totaal bedrag voor 2026 in euro |
| Totaal exploitatie-uitgaven |
14.360.682 |
| Totaal exploitatie-ontvangsten |
19.321.286 |
| Totaal investerings-uitgaven | 5.301.203 |
| Totaal investerings-ontvangsten | 250.000 |
| Totaal financierings-uitgaven | 530.205 |
| Totaal financierings-ontvangsten | 40.235 |
Artikel 4:
Het geconsolideerd budgettair resultaat van het boekjaar in 2031 bedraagt 1.568.479,00 euro.
Het geconsolideerd gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar in 2031 bedraagt 16.558.743,00 euro.
Het geconsolideerd gecumuleerd budgettair resultaat 2031 bedraagt 18.127.222,00 euro.
Er zijn geconsolideerd voor 1.100,00 euro onbeschikbare gelden.
Het geconsolideerd beschikbaar budgettair resultaat in 2031 bedraagt 18.126.122,00 euro.
De geconsolideerde autofinancieringsmarge boekjaar in 2031 bedraagt 2.489.656,00 euro.
De geconsolideerde gecorrigeerde autofinancieringsmarge in 2031 bedraagt 2.835.372,00 euro.