De gemeenterraad van 19 december 2019 heeft een de opcentiemen op de onroerende voorheffing vastgesteld op 1.150 opcentiemen voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025.
De opcentiemen op de onroerende voorheffing vormen een structurele bron van inkomsten voor de gemeente. Deze inkomsten zijn noodzakelijk voor de uitvoering van de gemeentelijke kerntaken, waaronder investeringen in infrastructuur, veiligheid, mobiliteit, jeugd- en sportbeleid, leefomgeving en administratieve dienstverlening.
Door de stijgende kosten en algemene inflatiedruk worden de algemene gemeentelijke inkomsten zorgvuldige opgevolgd en beoordeeld.
Voor inwoners, eigenaars en ondernemers, is het wenselijk om het huidig belastingniveau te behouden, wat bijdraagt tot een voorspelbaar en betrouwbaar investeringsklimaat en het behouden van de fiscale leefbaarheid van de gemeente.
Uit de strategisch meerjarenplan voor de legislatuur 2026-2031 blijkt dat het behoud van het bestaande tarief van 1150 opcentiemen voor de komende periode toereikend is om de begroting in evenwicht te houden, mits een efficiënt en verantwoord uitgavenbeleid.
Bijgevolg is het verantwoord om het tarief van de opcentiemen op de onroerende voorheffing te behouden op het huidige niveau van 1150. Dit tarief biedt enerzijds voldoende financiële draagkracht om de beleidsdoelstellingen van de legislatuur 2026–2031 te realiseren en anderzijds fiscale stabiliteit voor de inwoners.
De ontvangsten worden ingeschreven in de strategisch meerjarenplan 2026-2031 onder fiscale ontvangsten onder het MAR 7300.
Burgemeester Ludwig Willaert licht het agendapunt toe.
BESLUIT:
Artikel 1:
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden 1150 gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing gevestigd.
Artikel 2:
De vestiging en de inning van deze gemeentebelasting gebeuren door de Vlaamse belastingdienst, die een uittreksel ontvangt van deze beslissing.
Artikel 3:
Dit besluit treedt in werking vanaf 1 januari 2026.