Terug
Gepubliceerd op 23/12/2025

Besluit  gemeenteraad

do 18/12/2025 - 20:00

Goedkeuren belastingreglement gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing aanslagjaren 2026 tot en met 2031

Aanwezig: Sarah Van Walleghem, voorzitter
Ludwig Willaert, burgemeester
Miet Vandenbulcke, Rik Gevaert, Bonny Vergauwe, Bart Coopman, schepenen
Marc Van Ysacker, voorzitter bijzonder comité
Geert Moerkerke, Joeri Deprez, Chris Verhaeghe, Koen Demonie, Veronique Devreker, Femke Verleye, Koen Pattijn, Martijn Snaet, Bene Pype, Sophie Nuytten, Koen Maertens, Wouter Van Vooren, Andy Verfaillie, gemeenteraadsleden
Tine Dochy, algemeen directeur
Verontschuldigd: Kimberly Saelens, gemeenteraadslid
Aanleiding en voorgeschiedenis

De gemeenterraad van 19 december 2019 heeft een de opcentiemen op de onroerende voorheffing vastgesteld op 1.150 opcentiemen voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025.

Bevoegdheid en juridische grond
  • Wet van 7 februari 1831, gecoördineerde grondwet van België, en latere wijzigingen.
  • Wet van 10 april 1992, wetboek van inkomstenbelastingen 1992, en latere wijzigingen.
  • Koninklijk besluit van 27 augustus 1993, tot uitvoering van Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, en latere wijzigingen.
  • Decreet van 30 mei 2008, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
  • Decreet van 13 december 2013, Vlaamse Codex Fiscaliteit, en latere wijzigingen.
  • Decreet van 22 december 2017, decreet Lokaal Bestuur, en latere wijzigingen.
  • Omzendbrief van 15 februari 2019, ABB 2019/2 met onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Feiten, context en argumentatie

De opcentiemen op de onroerende voorheffing vormen een structurele bron van inkomsten voor de gemeente. Deze inkomsten zijn noodzakelijk voor de uitvoering van de gemeentelijke kerntaken, waaronder investeringen in infrastructuur, veiligheid, mobiliteit, jeugd- en sportbeleid, leefomgeving en administratieve dienstverlening.
Door de stijgende kosten en algemene inflatiedruk worden de algemene gemeentelijke inkomsten zorgvuldige opgevolgd en beoordeeld. 
Voor inwoners, eigenaars en ondernemers, is het wenselijk om het huidig belastingniveau te behouden, wat bijdraagt tot een voorspelbaar en betrouwbaar investeringsklimaat en het behouden van de fiscale leefbaarheid van de gemeente.

Uit de strategisch meerjarenplan voor de legislatuur 2026-2031 blijkt dat het behoud van het bestaande tarief van 1150 opcentiemen voor de komende periode toereikend is om de begroting in evenwicht te houden, mits een efficiënt en verantwoord uitgavenbeleid.
Bijgevolg is het verantwoord om het tarief van de opcentiemen op de onroerende voorheffing te behouden op het huidige niveau van 1150. Dit tarief biedt enerzijds voldoende financiële draagkracht om de beleidsdoelstellingen van de legislatuur 2026–2031 te realiseren en anderzijds fiscale stabiliteit voor de inwoners.

Financiële gevolgen

De ontvangsten worden ingeschreven in de strategisch meerjarenplan 2026-2031 onder fiscale ontvangsten onder het MAR 7300.

Beraadslagingen

Burgemeester Ludwig Willaert licht het agendapunt toe.

Publieke stemming
Aanwezig: Sarah Van Walleghem, Ludwig Willaert, Miet Vandenbulcke, Rik Gevaert, Bonny Vergauwe, Bart Coopman, Marc Van Ysacker, Geert Moerkerke, Joeri Deprez, Chris Verhaeghe, Koen Demonie, Veronique Devreker, Femke Verleye, Koen Pattijn, Martijn Snaet, Bene Pype, Sophie Nuytten, Koen Maertens, Wouter Van Vooren, Andy Verfaillie, Tine Dochy
Voorstanders: Sarah Van Walleghem, Ludwig Willaert, Miet Vandenbulcke, Rik Gevaert, Bonny Vergauwe, Bart Coopman, Marc Van Ysacker, Geert Moerkerke, Joeri Deprez, Chris Verhaeghe, Koen Demonie, Veronique Devreker, Femke Verleye, Koen Pattijn, Martijn Snaet, Bene Pype, Sophie Nuytten, Koen Maertens, Wouter Van Vooren, Andy Verfaillie
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

BESLUIT:

Artikel 1:

Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden 1150 gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing gevestigd.

 

Artikel 2:

De vestiging en de inning van deze gemeentebelasting gebeuren door de Vlaamse belastingdienst, die een uittreksel ontvangt van deze beslissing.

 

Artikel 3:

Dit besluit treedt in werking vanaf 1 januari 2026.