De gemeenteraad van 19 december 2019 heeft een jaarlijks aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting gevestigd van 8 % voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025.
De aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting is een van de belangrijkste continue inkomstenbronnen voor de gemeente, waardoor de werking van de gemeentelijke diensten en investeringen in infrastructuur, mobiliteit, veiligheid, cultuur, sport, jeugd en leefomgeving mogelijk zijn.
Voor inwoners, gezinnen en ondernemers is dan weer de fiscale leefbaarheid in de gemeente belangrijk en het vermijden dat de fiscale druk toeneemt.
Uit het strategisch meerjarenplan voor de legislatuur 2026-2031 blijkt dat het behoud van het huidige tarief voldoende middelen oplevert om de gemeentelijke begroting in evenwicht te houden en de geplande beleidsdoelstellingen te realiseren, op voorwaarde dat de uitgaven zorgvuldig en efficiënt worden beheerd.
De gemeenteraad acht het wenselijk en verantwoord om de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting te behouden op het huidige percentage van 8 %.
Dit biedt enerzijds voldoende financiële draagkracht voor de gemeente om haar werking en de beleidsdoelstellingen van de legislatuur 2026–2031 te realiseren en anderzijds de nodige fiscale stabiliteit voor de inwoners.
De ontvangsten worden ingeschreven in de strategisch meerjarenplan 2026-2031 onder fiscale ontvangsten onder het MAR 7301.
Burgemeester Ludwig Willaert licht het agendapunt toe.
BESLUIT:
Artikel 1:
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een aanvullende gemeentebelasting gevestigd ten laste van de inwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
Artikel 2:
De aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting wordt vastgesteld op 8 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
Artikel 3:
De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting wordt uitgevoerd door de Federale Overheidsdienst Financiën, die volgens de wettelijke bepalingen op de hoogte wordt gebracht van deze beslissing.
Artikel 4:
Dit besluit treedt in werking vanaf 1 januari 2026.