Notulen gemeenteraad van 27 november 2025.
Raadslid Chris Verhaeghe (Open VLD) brengt een opmerking naar voren over punt 7 van de notulen van de vorige zitting (reglement technische prestaties), met betrekking tot het onderdeel "inbuizingen langs de landbouwpercelen".
Volgens het raadslid is in het verslag geen correcte weergave opgenomen van wat schepen Bonny Vergauwe heeft verklaard.
Raadslid Verhaeghe citeert de schepen als volgt: "Vlaanderen heeft de wetgeving veranderd. Het is op heden mogelijk om 20 à 30 meter inbuizing aan te vragen bij Fluvius. Dit is nog niet algemeen gekend, maar ik weet dit wel. Dat mag nagevraagd worden." Raadslid Verhaeghe vraagt om deze letterlijke uitspraak in de notulen op te nemen.
Het raadslid meldt dat hij navraag heeft gedaan bij Fluvius en de provincie. Hieruit blijkt dat de maximale inbuizing langs landbouwpercelen nog steeds 5 meter is, en bij uitzondering 7,5 meter. De schepen heeft dus onjuiste informatie verspreid. Raadslid Verhaeghe vindt dit onrespectvol tegenover de gemeenteraad. Daarnaast merkt hij op dat, hoewel voor baangrachten een wijzigende wetgeving geldt waardoor geen vergunning nodig is, dit niet van toepassing is op landbouwpercelen. Het raadslid ontvangt hierover vragen van landbouwers en benadrukt dat hierover duidelijke informatie moet worden verstrekt.
Schepen Bonny Vergauwe verklaart dat de situatie wordt nagevraagd zodat hierover duidelijkheid kan worden geschapen.
BESLUIT:
Artikel 1:
Gezien er geen opmerkingen zijn over het verslag van de voorgaande vergadering wordt dit aanzien als goedgekeurd.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur reikt oplossingen aan om een echt geïntegreerd lokaal en sociaal beleid mogelijk te maken, met respect voor de verschillende rechtspersonen, die erbij betrokken zijn. Daaruit volgt dat de gemeente en het OCMW een gezamenlijk meerjarenplan opstellen, dat door beide raden wordt vastgesteld.
In de BBC (Beleids- en beheerscyclus) maken de gemeente en het OCMW een beleids- en financiële planning op vanuit een meerjarig en strategisch perspectief, voor de komende 6 jaar. Beide rechtspersonen hebben samen één doelstellingenboom, waarbij de doelstellingen van het OCMW en die van de gemeente vervlochten zijn. Ook het financiële evenwicht wordt beoordeeld voor de gemeente en het OCMW samen.
De gemeente en het OCMW hebben een geïntegreerd meerjarenplan, maar hebben wel nog hun eigen bevoegdheid voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de OCMW-raad moet eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de OCMW-raad heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.
De goedkeuring van de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes die de OCMW-raad maakt.
In de voorliggende beslissing keurt de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan 2026-2031 van de gemeente goed.
Het meerjarenplan bestaat uit een strategische nota, een financiële nota, een toelichting en bijkomende documentatie.
In de strategische nota wordt de beleidsverklaring met kerncijfers en de beschrijving van de beleidsdoelstellingen als ook de omschrijving van de acties met verwachten ontvangsten en uitgaven weergegeven.
In de financiële nota wordt de financiële vertaling van de beleidsopties uit de strategische nota weergegeven, alsook alles wat valt onder gelijkblijvend beleid. Er wordt verduidelijkt hoe het financiële evenwicht wordt gehandhaafd.
De toelichting en documentatie van het meerjarenplan bevat alle informatie over de verrichtingen in het ontwerp van meerjarenplan die relevant zijn voor de raadsleden om met kennis van zaken een beslissing te nemen.
Het ontwerp van meerjarenplan bevat volgende documenten:
Omdat elke rechtspersoon voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan, blijft in het meerjarenplan een duidelijk onderscheid bestaan tussen de kredieten van de gemeente en die van het OCMW. Dat komt tot uiting in het schema met het overzicht van de kredieten (schema M3), waarin de kredieten voor de gemeente en het OCMW apart worden opgenomen.
Burgemeester Ludwig Willaert verwijst naar zijn uitgebreide uiteenzetting over dit agendapunt in de OCMW-raad.
BESLUIT:
Artikel 1 :
De gemeenteraad stelt het meerjarenplan 2026-2031 van de gemeente vast.
Artikel 2:
Het budgettair resultaat van het boekjaar van de gemeente in 2031 bedraagt 4.417.923,00 euro.
Het gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar van de gemeente in 2031 bedraagt 17.793.905,00 euro.
Het gecumuleerd budgettair resultaat 2031 bedraagt 22.211.828,00 euro.
Er zijn geen onbeschikbare gelden.
Het beschikbaar budgettair resultaat van de gemeente in 2031 bedraagt 22.211.828,00 euro.
De autofinancieringsmarge boekjaar van de gemeente in 2031 bedraagt 5.225.099,00 euro.
Artikel 3:
De kredieten van de gemeente voor het boekjaar 2026 (M3) worden vastgesteld.
| Soort krediet |
Totaal bedrag voor 2026 in euro |
| Totaal exploitatie-uitgaven |
14.360.682 |
| Totaal exploitatie-ontvangsten |
19.321.286 |
| Totaal investerings-uitgaven | 5.301.203 |
| Totaal investerings-ontvangsten | 250.000 |
| Totaal financierings-uitgaven | 530.205 |
| Totaal financierings-ontvangsten | 40.235 |
Artikel 4:
Het geconsolideerd budgettair resultaat van het boekjaar in 2031 bedraagt 1.568.479,00 euro.
Het geconsolideerd gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar in 2031 bedraagt 16.558.743,00 euro.
Het geconsolideerd gecumuleerd budgettair resultaat 2031 bedraagt 18.127.222,00 euro.
Er zijn geconsolideerd voor 1.100,00 euro onbeschikbare gelden.
Het geconsolideerd beschikbaar budgettair resultaat in 2031 bedraagt 18.126.122,00 euro.
De geconsolideerde autofinancieringsmarge boekjaar in 2031 bedraagt 2.489.656,00 euro.
De geconsolideerde gecorrigeerde autofinancieringsmarge in 2031 bedraagt 2.835.372,00 euro.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur reikt oplossingen aan om een echt geïntegreerd lokaal en sociaal beleid mogelijk te maken, met respect voor de verschillende rechtspersonen, die erbij betrokken zijn. Daaruit volgt dat de gemeente en het OCMW een gezamenlijk meerjarenplan opstellen, dat door beide raden wordt vastgesteld.
In de BBC (Beleids- en beheerscyclus) maken de gemeente en het OCMW een beleids- en financiële planning op vanuit een meerjarig en strategisch perspectief, voor de komende 6 jaar. Beide rechtspersonen hebben samen één doelstellingenboom, waarbij de doelstellingen van het OCMW en die van de gemeente vervlochten zijn. Ook het financiële evenwicht wordt beoordeeld voor de gemeente en het OCMW samen.
De gemeente en het OCMW hebben een geïntegreerd meerjarenplan, maar hebben wel nog hun eigen bevoegdheid voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de OCMW-raad moet eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de OCMW-raad heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.
De goedkeuring van de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes die de OCMW-raad maakt.
In de voorliggende beslissing keurt de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan 2026-2031 van de gemeente goed.
Het meerjarenplan bestaat uit een strategische nota, een financiële nota, een toelichting en bijkomende documentatie.
In de strategische nota wordt de beleidsverklaring met kerncijfers en de beschrijving van de beleidsdoelstellingen als ook de omschrijving van de acties met verwachten ontvangsten en uitgaven weergegeven.
In de financiële nota wordt de financiële vertaling van de beleidsopties uit de strategische nota weergegeven, alsook alles wat valt onder gelijkblijvend beleid. Er wordt verduidelijkt hoe het financiële evenwicht wordt gehandhaafd.
De toelichting en documentatie van het meerjarenplan bevat alle informatie over de verrichtingen in het ontwerp van meerjarenplan die relevant zijn voor de raadsleden om met kennis van zaken een beslissing te nemen.
Het ontwerp van meerjarenplan bevat volgende documenten:
Omdat elke rechtspersoon voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan, blijft in het meerjarenplan een duidelijk onderscheid bestaan tussen de kredieten van de gemeente en die van het OCMW. Dat komt tot uiting in het schema met het overzicht van de kredieten (schema M3), waarin de kredieten voor de gemeente en het OCMW apart worden opgenomen.
Burgemeester Ludwig Willaert verwijst naar zijn uitgebreide uiteenzetting over dit agendapunt in de OCMW-raad.
BESLUIT:
Artikel 1:
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van het OCMW goed.
Artikel 2:
Het budgettair resultaat van het boekjaar van het OCMW in 2031 bedraagt - 2.849.444,00 euro.
Het gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar van het OCMW in 2031 bedraagt -806.293,00 euro.
Het gecumuleerd budgettair resultaat 2031 bedraagt -3.655.737,00 euro.
Er zijn 1.100,00 euro onbeschikbare gelden.
Dit maakt dat het beschikbaar budgettair resultaat van het OCMW in 2031 -3.656.837,00 euro bedraagt.
De autofinancieringsmarge van het OCMW in 2031 bedraagt -2.735.444,00 euro.
Artikel 3:
De kredieten van het ocmw voor het boekjaar 2026 (M3) worden vastgesteld.
| Soort krediet |
Totaal bedrag voor 2026 in euro |
| Totaal exploitatie-uitgaven |
11.658.318 |
| Totaal exploitatie-ontvangsten |
9.971.070 |
| Totaal investerings-uitgaven |
134.000 |
| Totaal investerings-ontvangsten |
443.369 |
| Totaal financierings-uitgaven |
475.531 |
| Totaal financierings-ontvangsten |
0 |
Artikel 4:
Het geconsolideerd budgettair resultaat van het boekjaar in 2031 bedraagt 1.568.479,00 euro.
Het geconsolideerd gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar in 2031 bedraagt 16.558.743,00 euro.
Het geconsolideerd gecumuleerd budgettair resultaat 2031 bedraagt 18.127.222,00 euro.
Er zijn geconsolideerd 1.100,00 euro onbeschikbare gelden.
Het geconsolideerd beschikbaar budgettair resultaat in 2031 bedraagt 18.126.122,00 euro.
De geconsolideerde autofinancieringsmarge boekjaar in 2031 bedraagt 2.489.656,00 euro.
De geconsolideerde gecorrigeerde autofinancieringsmarge in 2031 bedraagt 2.835.372,00 euro.
Conform art. 41, 23° van het decreet lokaal bestuur is het toekennen van nominatieve subsidies de exclusieve bevoegdheid van de raad. De lijst van nominatieve toelagen 2026 deel gemeente, wordt nu ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Jaarlijks wordt een lijst opgemaakt van de nominatieve toelagen. Deze subsidies kunnen exploitatie-toelagen zijn of investeringstoelagen. Deze subsidies zijn niet onderworpen aan een gemeentelijk subsidiereglement en worden daarom als aparte lijst ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad. Niettegenstaande de lijst van de nominatieve subsidies geen onderdeel meer uitmaakt van het meerjarenplan, zijn de nodige kredieten wel voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 (budget 2026).
De lijst van nominatieve toelagen (in bijlage) bevatten de budgetcodes en bedragen.
Burgemeester Ludwig Willaert licht het agendapunt toe.
BESLUIT:
Artikel 1:
De raad neemt kennis van het gunstig advies van de financieel directeur.
Artikel 2:
De raad keurt de lijst van nominatieve toelagen 2026 deel gemeente goed zoals toegevoegd in bijlage.
De gemeente Staden is aangesloten bij de politiezone Arro Ieper. Bij het begin van de nieuwe legislatuur, werd naar analogie van de gemeentebesturen, ook een strategische meerjarenplanning opgemaakt met bepaling van de jaarlijkse dotatie van de deelnemende gemeenten. Jaarlijks wordt ook de gemeentelijke dotatie door de gemeenteraad vastgelegd.
In de politieraad van 17 december 2025 wordt de tweede begrotingswijziging 2025 en de begroting 2026 voorgelegd. Er wordt gevraagd aan iedere gemeente om deze te agenderen en de uit te betalen toelagen te laten goedkeuren.
Verdeelsleutel
In de politieraad van 13 oktober 2022 werd een nieuwe verdeelsleutel goedgekeurd die vanaf 2025 zal worden gehanteerd.
|
|
2025 en verder |
| verdeelsleutel |
|
| Ieper |
33,54% |
| Poperinge |
15,54% |
| Wervik |
12,70% |
| Zonnebeke |
8,27% |
| Staden |
7,61% |
| Moorslede |
7,34% |
| Heuvelland |
6,41% |
| Langemark-Poelkapelle |
5,61% |
| Vleteren |
2,34% |
| Mesen |
0,64% |
|
|
100,00% |
De verdeelsleutel van 2025 blijft idem in het meerjarenplan 2026-2031.
In de begrotingswijziging 2025 wijzigen de bijdragen van de steden en gemeenten voor de politiezone Arro Ieper niet gezien het budgettair deficit wordt opgevangen met de eigen gecumuleerde middelen van voorbije jaren. De investeringen in 2025 bedragen 1.330.000 euro.
In de begroting 2026 blijven de vooropgestelde percentages van de exploitatietoelage van het meerjarenplan aangehouden (dus + 2% t.o.v. 2025). De stijging van de kosten wordt mee gefinancierd door het gecumuleerd resultaat van vorige boekjaren. De totale investeringen bedragen voor 2026 1,5 mio euro.
Voor 2025 (ongewijzigd tov oorspronkelijk budget) en 2026 zijn de dotaties dan als volgt:
|
|
2025 |
2026 |
| exploitatietoelage |
|
|
| Ieper |
3.769.721 |
3.845.115 |
| Poperinge |
1.746.615 |
1.781.547 |
| Wervik |
1.427.413 |
1.455.962 |
| Zonnebeke |
929.505 |
948.095 |
| Staden |
855.324 |
872.431 |
| Moorslede |
824.978 |
841.477 |
| Heuvelland |
720.450 |
734.859 |
| Langemark-Poelkapelle |
630.535 |
643.145 |
| Vleteren |
263.004 |
268.264 |
| Mesen |
71.933 |
73.371 |
|
|
11.239.478 |
11.464.266 |
|
|
2025 |
2026 |
| Investeringstoelage |
|
|
| Ieper |
446.082 |
503.100 |
| Poperinge |
206.682 |
233.100 |
| Wervik |
168.910 |
190.500 |
| Zonnebeke |
109.991 |
124.050 |
| Staden |
101.213 |
114.150 |
| Moorslede |
97.622 |
110.100 |
| Heuvelland |
85.253 |
96.150 |
| Langemark-Poelkapelle |
74.613 |
84.150 |
| Vleteren |
31.122 |
35.100 |
| Mesen |
8.512 |
9.600 |
|
|
1.330.000 |
1.500.000 |
Volgende bedragen werden opgenomen in de meerjarenplan 2026-2031:
| Actie | Beleidsitem code | Beleidsitem omschrijving | Algemene rekening | Omschrijving budgetboekjaar | Bedrag 2026 | Bedrag 2027 | Bedrag 2028 | Bedrag 2029 | Bedrag 2030 | Bedrag 2031 |
| GBB | 0400-00 | Politiediensten | 649000 | Toegestane werkingssubsidies - politiezone | € 872.431,00 | € 889.880,00 | € 916.576,00 | € 944.074,00 | € 972.396,00 | € 1.001.568,00 |
| GBB | 0400-00 | Politiediensten | 664000 | Toegestane investeringssubsidies politiezone | € 114.150,00 | € 114.150,00 | € 114.150,00 | € 114.150,00 | € 114.150,00 | € 114.150,00 |
Burgemeester Ludwig Willaert licht het agendapunt toe.
BESLUIT:
Artikel 1:
De raad keurt de verdeelsleutel zoals hierboven vermeld in de tabel voor de jaren 2025 en de verdere jaren goed.
Artikel 2:
De raad keurt de bijdragen zoals ingeschreven in de tweede begrotingswijziging2025 en de begroting 2026 van de politiezone Arro Ieper zoals hierboven vermeld in de tabellen goed en verklaart deze in te schrijven in het meerjarenplan of de eerstvolgende meerjarenplanaanpassing.
Artikel 3:
Dit besluit wordt ter goedkeuring overgemaakt aan de heer gouverneur van de provincie West-Vlaanderen en er wordt een afschrift bezorgd aan de bijzondere rekenplichtige van de politiezone en aan de financieel directeur.
De gemeenteraad van 19 december 2019 heeft een jaarlijks aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting gevestigd van 8 % voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025.
De aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting is een van de belangrijkste continue inkomstenbronnen voor de gemeente, waardoor de werking van de gemeentelijke diensten en investeringen in infrastructuur, mobiliteit, veiligheid, cultuur, sport, jeugd en leefomgeving mogelijk zijn.
Voor inwoners, gezinnen en ondernemers is dan weer de fiscale leefbaarheid in de gemeente belangrijk en het vermijden dat de fiscale druk toeneemt.
Uit het strategisch meerjarenplan voor de legislatuur 2026-2031 blijkt dat het behoud van het huidige tarief voldoende middelen oplevert om de gemeentelijke begroting in evenwicht te houden en de geplande beleidsdoelstellingen te realiseren, op voorwaarde dat de uitgaven zorgvuldig en efficiënt worden beheerd.
De gemeenteraad acht het wenselijk en verantwoord om de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting te behouden op het huidige percentage van 8 %.
Dit biedt enerzijds voldoende financiële draagkracht voor de gemeente om haar werking en de beleidsdoelstellingen van de legislatuur 2026–2031 te realiseren en anderzijds de nodige fiscale stabiliteit voor de inwoners.
De ontvangsten worden ingeschreven in de strategisch meerjarenplan 2026-2031 onder fiscale ontvangsten onder het MAR 7301.
Burgemeester Ludwig Willaert licht het agendapunt toe.
BESLUIT:
Artikel 1:
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een aanvullende gemeentebelasting gevestigd ten laste van de inwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
Artikel 2:
De aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting wordt vastgesteld op 8 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
Artikel 3:
De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting wordt uitgevoerd door de Federale Overheidsdienst Financiën, die volgens de wettelijke bepalingen op de hoogte wordt gebracht van deze beslissing.
Artikel 4:
Dit besluit treedt in werking vanaf 1 januari 2026.
De gemeenteraad van 19 december 2019 heeft de opcentiemen op de onroerende voorheffing vastgesteld op 1.150 opcentiemen voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025.
De opcentiemen op de onroerende voorheffing vormen een structurele bron van inkomsten voor de gemeente. Deze inkomsten zijn noodzakelijk voor de uitvoering van de gemeentelijke kerntaken, waaronder investeringen in infrastructuur, veiligheid, mobiliteit, jeugd- en sportbeleid, leefomgeving en administratieve dienstverlening.
Door de stijgende kosten en algemene inflatiedruk worden de algemene gemeentelijke inkomsten zorgvuldige opgevolgd en beoordeeld.
Voor inwoners, eigenaars en ondernemers, is het wenselijk om het huidig belastingniveau te behouden, wat bijdraagt tot een voorspelbaar en betrouwbaar investeringsklimaat en het behouden van de fiscale leefbaarheid van de gemeente.
Uit de strategisch meerjarenplan voor de legislatuur 2026-2031 blijkt dat het behoud van het bestaande tarief van 1150 opcentiemen voor de komende periode toereikend is om de begroting in evenwicht te houden, mits een efficiënt en verantwoord uitgavenbeleid.
Bijgevolg is het verantwoord om het tarief van de opcentiemen op de onroerende voorheffing te behouden op het huidige niveau van 1150. Dit tarief biedt enerzijds voldoende financiële draagkracht om de beleidsdoelstellingen van de legislatuur 2026–2031 te realiseren en anderzijds fiscale stabiliteit voor de inwoners.
De ontvangsten worden ingeschreven in de strategisch meerjarenplan 2026-2031 onder fiscale ontvangsten onder het MAR 7300.
Burgemeester Ludwig Willaert licht het agendapunt toe.
BESLUIT:
Artikel 1:
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden 1150 gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing gevestigd.
Artikel 2:
De vestiging en de inning van deze gemeentebelasting gebeuren door de Vlaamse belastingdienst, die een uittreksel ontvangt van deze beslissing.
Artikel 3:
Dit besluit treedt in werking vanaf 1 januari 2026.
Het is gewenst om de retributiereglementen van de gemeenschapscentra of ontmoetingscentra te evalueren en te actualiseren.
Het betreft volgende retributiereglementen:
Het ter beschikking stellen van diverse gemeentelijke zalen en sportaccomodaties aan inwoners en verenigingen is een nagestreefde beleidsdoelstelling.
Hierbij is het wenselijk om de kosten verbonden aan het gebruik van deze infrastructuur gedeeltelijk te recupereren van de gebruikers via een retributie. Zodanig wordt deze kost niet volledig gedragen door de gemeenschap.
Bij het heffen van een retributie is het noodzakelijk een gemeentelijk retributiereglement te hanteren dat op duidelijke en objectieve wijze de tarieven vastlegt.
Deze tarieven werden bepaald op basis van diverse elementen, zijnde: de categorie gebruiker, het type infrastructuur, het tijdsgebruik, eventueel bijkomende kosten en dergelijke.
De bestaande retributiereglementen voor zalen en sportaccomodaties worden behouden. Er werden enkel technische, wettelijke aanpassingen opgenomen in de bijgewerkte reglementen. Deze reglementen worden verder geëvalueerd in de loop van 2026 door de adviesraden en hieruit kan een eventuele aanpassing volgen.
De gemeente Staden valt vanaf 1 juli 2023 onder de vrijstellingsregel voor kleine ondernemingen. Dit heeft als gevolg dat gemeentelijke zalen niet langer kunnen verhuurd worden aan commerciële huurders. Zodra er eenmaal verhuurd wordt aan een commerciële huurder, vervalt het btw-statuut van vrijgestelde btw-plichtige.
Om bovengenoemde reden is het noodzakelijk om commercieel verhuur te schrappen in onze gemeentelijke retributiereglementen.
Daarnaast werden volgende punten verder aangevuld, bijgewerkt of verduidelijkt:
De ontvangsten worden ingeschreven in de strategisch meerjarenplan 2026-2031 onder fiscale ontvangsten onder het MAR 70060.
Schepen Miet Vandenbulcke licht het agendapunt toe.
Raadslid Wouter Van Vooren (WESTAON) merkt op dat de definitie van het begrip “erkende Stadense vereniging” (artikel 2) in de komende weken en maanden verder verduidelijkt en uitgewerkt dient te worden. Dit begrip wordt al jarenlang gehanteerd, maar kent momenteel geen duidelijke en eenduidige omschrijving, wat voor onzekerheid zorgt. Raadslid Veronique Devreker (Open VLD) sluit zich bij deze oproep aan en herhaalt hiermee een bezorgdheid die zij eerder tijdens deze zitting reeds heeft geuit.
BESLUIT:
Artikel 1:
De retributiereglementen voor gemeentelijke ontmoetingscentra worden goedgekeurd en treden in werking vanaf 1 januari 2026.
Artikel 2:
De retributiereglementen voor gemeentelijke ontmoetingscentra zijn toegevoegd als bijlage en vormen één geheel met dit besluit.
Het nieuwe ontmoetingscentrum Zonneheem in Oostnieuwkerke wordt volgend jaar geopend.
Het is nodig om een gebruikersreglement met de afspraken op te maken. De huurprijzen worden in een retributiereglement opgenomen.
Het ter beschikking stellen van gemeentelijke zalen aan inwoners en verenigingen is een nagestreefde beleidsdoelstelling.
Het gebruikersreglement is gebaseerd op de gebruikersreglementen van de andere ontmoetingscentra. Het bevat afspraken en richtlijnen voor de huurder en verhuurder.
Hierbij is het wenselijk om de kosten verbonden aan het gebruik van deze infrastructuur gedeeltelijk te recupereren van de gebruikers via een retributie. Zodanig wordt deze kost niet volledig gedragen door de algemene gemeenschap.
Bij het heffen van een retributie is het noodzakelijk een gemeentelijk retributiereglement te hanteren dat op duidelijke en objectieve wijze de gehanteerde tarieven vastlegt.
De respectievelijke tarieven werden bepaald op basis van diverse elementen, zijnde: de categorie van gebruiker, het type infrastructuur, het tijdsgebruik, eventueel bijkomende kosten, en dergelijke.
Het retributiereglement:
De brandweernorm werd opgevraagd bij brandweerzone Midwest.
De cultuurraad kwam op dinsdag 25 november 2025 bijeen en gaf een positief advies over de ontwerpen van deze twee reglementen.
De ontvangsten worden ingeschreven in de strategisch meerjarenplan 2026-2031 onder fiscale ontvangsten onder het MAR 70060.
Schepen Miet Vandenbulcke licht het agendapunt toe.
Raadslid Wouter Van Vooren herhaalt bij dit agendapunt zijn eerdere opmerking met betrekking tot de onduidelijkheid rond het begrip “erkende Stadense vereniging”.
BESLUIT:
Artikel 1:
Het gebruikersreglement en het retributiereglement voor het gemeentelijk ontmoetingscentrum Zonneheem, worden goedgekeurd en treden in werking vanaf 1 januari 2026.
Artikel 2:
Het gebruikersreglement en het retributiereglement voor het gemeentelijk ontmoetingscentrum Zonneheem zijn toegevoegd als bijlage en vormen één geheel met dit besluit.
Op 28 november 2019 heeft de gemeenteraad het belastingreglement op standplaatsen markten, kermissen en frituurinrichtingen goedgekeurd voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025. Dit reglement werd daarna gewijzigd in de gemeenteraad van 29 oktober 2020 en 22 december 2022.
Toepassing van het reglement eindigt op 31 december 2025. Voor de komende dienstjaren dient een reglement hernomen te worden met ingang van 1 januari 2026. Aan de gemeenteraad wordt een retributiereglement ambulante handelsactiviteiten voorgelegd ter goedkeuring.
De gewijzigde wetgeving voor BBC 3.0 laat toe om voor ambulante activiteiten een retributie in plaats van een belasting te heffen. Een retributie is een vergoeding voor een specifiek product of dienst dat aan de overheid wordt gevraagd of waarvan gebruik wordt gemaakt. Het toekennen van een machtiging om een standplaats op openbaar domein in te nemen voor de verkoop of de te koop aanbieding van producten en diensten door een handelaar aan een consument valt als zodanig binnen de definitie van een retributie. Hieruit volgt ook dat de hoogte van de retributie in direct verband staat met de kosten van de overheid om de betreffende dienst te verlenen en hiermee evenredig dient te zijn.
Het blijft wenselijk voor het gebruik van de publieke ruimten alsook voor de administratieve organisatie ervan een retributie te heffen. De verschuldigde retributie hangt af van de ingenomen ruimte, de duur van het gebruik, de aard van de inname en eventueel bijkomende functionaliteiten zoals een aansluiting op het elektriciteitsnet. De forfaitaire tarieven blijken na marktonderzoek nog steeds marktconform zowel voor standgeld als voor elektriciteitsprijzen.
Gezien ambulante activiteiten onze ondernemingsvriendelijke kernen bevorderen en versterken is het niet aangewezen om deze retributie jaarlijks te indexeren.
Daarnaast worden volgende inhoudelijke wijzigingen aan het reglement voorgesteld:
Aan de gemeenteraad wordt het ontwerp retributiereglement ambulante handelsactiviteiten (toegevoegd in bijlage) voorgelegd ter goedkeuring.
Het reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026.
Schepen Miet Vandenbulcke licht het agendapunt toe.
BESLUIT:
Artikel 1:
Het gemeentelijk retributiereglement op ambulante handelsactiviteiten wordt goedgekeurd en treedt in werking vanaf 1 januari 2026.
Artikel 2:
Het gemeentelijk retributiereglement op ambulante handelsactiviteiten is toegevoegd als bijlage en vormt één geheel met dit besluit.
In de gemeenteraad van 19 mei 2022 werd de laatste wijziging goedgekeurd aan de gemeentelijke politieverordening begraafplaatsen en lijkbezorging.
Na intern overleg en op voorstel van het college van burgemeester en schepenen worden op heden wijzigingen voorgesteld. De reglementen worden aangepast aan de geldende wetgeving. Er is eveneens een aanpassing van de aanrekening concessies naar marktconforme tarieven.
Toelichting bij de voorgestelde wijzigingen:
1. Harmonisering van de tarieven voor concessies.
De concessietarieven, die sinds 19 mei 2022 onveranderd zijn, worden marktconform gemaakt en gelijkgesteld voor alle aanvragers. Dit bevordert de transparantie en vereenvoudigt de toepassing van de concessieregels.
2. Mogelijkheid om de as van gezelschapsdieren samen met de overledene te begraven.
Er wordt een nieuwe bepaling ingevoerd waarbij het mogelijk wordt om de as van overleden gezelschapsdieren voortaan samen met hun eigenaar bij te zetten of te begraven. Het samen uitstrooien van de assen is wettelijk niet toegestaan, maar de as van een overleden gezelschapsdier laten bijzetten in een graf, urnenveld of columbarium van de overleden eigenaar is wel mogelijk. De Vlaamse wetgeving tekende in februari 2024 het decretaal kader uit. Door deze mogelijkheid expliciet op te nemen in het reglement, speelt de gemeente in op een groeiende maatschappelijke vraag naar een respectvolle omgang met huisdieren en de emotionele band tussen personen en hun dier.
3. Mogelijkheid tot reservatie van een locatie op een begraafplaats.
Voortaan is het mogelijk een locatie op een begraafplaats te reserveren. De aanvraag tot reservatie gebeurt bij de dienst Leven en wordt goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen. De goedkeuring van de reservatie is afhankelijk van de beschikbaarheid van de gevraagde begraafplaats. De reservatie gaat gepaard met de aanvraag van een concessie en een eenmalige retributie. Binnen één jaar na reservatie dient een grafsteen worden geplaatst op de gereserveerde grafkelder.
Schepen Miet Vandenbulcke licht het agendapunt toe.
Raadslid Chris Verhaeghe (Open VLD) geeft aan dat hij de nieuwe mogelijkheid tot reservatie enigszins eigenaardig vindt. In het verleden bestond deze mogelijkheid eveneens, maar werd zij afgeschaft omwille van verschillende problemen. Hij verwijst hierbij onder meer naar het al dan niet plaatsen van een zerk, de planning van de aankoop en plaatsing van grafkelders (bij voorkeur in een droge periode) en moeilijkheden bij sanering. Hoewel hij de achterliggende gedachte begrijpt en waardeert, uit hij bezorgdheden over de praktische uitvoering. Bijkomend betreurt hij het feit dat men wel grafkelders kan reserveren, maar geen voorafgaande keuze kan maken voor de natuurbegraafplaats omdat het bestuur niet kiest voor een uitwerking van de natuurbegraafplaats. In buurgemeenten waar dit wel werd ingevoerd, blijkt er nochtans veel vraag naar te zijn. Hij betreurt dat het bestuur ervoor kiest dit niet verder te ontwikkelen, terwijl dit volgens hem perfect had kunnen worden meegenomen in deze wijziging van het reglement.
De schepen verduidelijkt dat het niet de bedoeling is dat reservaties willekeurig gebeuren. Aan de reservatie zijn voorwaarden verbonden, zoals de betaling van de concessie, het plaatsen van een grafsteen binnen het jaar en de beperking tot grafkelders die reeds geplaatst zijn. Reservaties zijn dus niet mogelijk op eender welke plaats op de begraafplaats. Het bestuur beschouwt dit als een zinvolle aanvulling en verwacht niet dat deze mogelijkheid veelvuldig zal worden gebruikt.
Schepen Bonny Vergauwe vult aan dat er op de begraafplaatsen momenteel reeds lange tijd lege grafkelders aanwezig zijn. Door de invoering van de mogelijkheid tot reservatie zouden deze mogelijks ingevuld kunnen worden, aangezien ze vandaag geen opbrengst genereren. Hij geeft het voorbeeld van Westrozebeke, waar aan de zijkant al jarenlang drie à vier grafkelders ongebruikt liggen. Zonder reglementaire basis was het niet mogelijk om hier iets mee te doen.
Raadslid Joeri Deprez (Open VLD) vraagt of met dit reglement ook de mogelijkheid wordt gecreëerd om ledematen te begraven. Dit was een vraag die reeds in de vorige legislatuur aan bod kwam, maar hij ziet hierover geen expliciete bepaling in het reglement. Schepen Miet Vandenbulcke erkent de vraag, maar geeft aan dat hierover voorlopig nog geen artikel werd opgenomen in het reglement.
BESLUIT:
Artikel 1:
De aangepaste gemeentelijke politieverordening op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, zoals bepaald in bijlage bij dit besluit, wordt goedgekeurd en is van toepassing vanaf 1 januari 2026.
Artikel 2:
Het aangepaste reglement inzake concessies, zoals bepaald in bijlage bij dit besluit, wordt goedgekeurd en is van toepassing vanaf 1 januari 2026.
In het meerjarenplan 2020-2025 werd onder actieplan 3.2 'verduurzamen openbare verlichting', de actie 19 'vervangen van armaturen door LED en wegnemen van lichtpunten in het buitengebied' opgenomen met een voorzien budget van 884.000,00 euro.
De gemeenteraad verleende in zitting van 25 juni 2020 goedkeuring aan de visienota masterplan openbare verlichting.
Het voorontwerp van het jaaractieplan 2026 verledden openbare verlichting werd opgesteld door Fluvius, Ter Waarde 90, 8900 Ieper. Op het budget van 2026 is er een uitgave van 230.550,00 euro inclusief btw voorzien.
Voor werkzaamheden aan openbare verlichting heeft Fluvius uitsluitende rechten. Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Aan de gemeenteraad worden nu volgende offertes ter goedkeuring voorgelegd:
In het kader van het verledden van de openbare verlichting ontvingen we volgende offertes van Fluvius voor het jaaractieplan 2026:
| Dossiernummer |
Bedrag exclusief btw |
Bedrag inclusief btw |
||
| |
Staden (deel 1) - 90 lichtpunten | 5000114839 | 37.560,61 euro |
45.448,34 euro |
| Staden (deel 2) - 92 lichtpunten | 5000114852 | 38.395,30 euro |
46.458,31 euro |
|
| Westrozebeke - 142 lichtpunten | 5000097497 | 70.628,08 euro |
85.459,98 euro |
|
| Oostnieuwkerke - 141 lichtpunten | 5000114991 | 67.102,40 euro |
81.193,90 euro |
Het volledige jaaractieplan 2026 bedraagt het plaatsen van 460 ledarmaturen. De realisatiegraad zal na uitvoering van alle voorgaande en deze voorgelegde offertes ongeveer 85 % bedragen. De doelstelling is nog steeds om 100 % te verledden tegen eind 2028.
De sector Wonen & Omgeving stelt voor om, rekening houdend met het voorgaande, de opdracht 'vervangen van armaturen door LED - jaaractieprogramma 2026', te gunnen aan Fluvius, Ter Waarde 90, 8900 Ieper, tegen de nagerekende offertebedragen van 3 offertes:
voor een totaal bedrag van 175.291,09 euro exclusief btw of 212.102,22 euro inclusief btw, mits het verkrijgen van een visum.
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het ontwerp investeringsbudget van 2026, op budgetcode BP2026_2031-0/ACT-37/0670-00/228000/GEMEENTE/CBS/PI-023/U/0.
Onder voorbehoud van goedkeuring meerjarenplan 2026-2031 in deze gemeenteraad verleent de financieel directeur een voorlopig visum met nummer 2025/GEMEENTE/47.
Schepen Rik Gevaert licht het agendapunt toe.
BESLUIT:
Artikel 1:
De studie en het ontwerp van het jaaractieplan 2026 verledden openbare verlichting, opgesteld door Fluvius en sector Wonen & Omgeving wordt goedgekeurd.
Artikel 2:
Onder voorbehoud van goedkeuring van het meerjarenplan 2026-2031 wordt de opdracht gegund aan Fluvius, Ter Waarde 90 te 8900 Ieper, tegen het nagerekende offertebedrag van 175.291,09 euro exclusief btw of 212.102,22 euro inclusief btw. De financieel directeur verleende een voorlopig visum en de offerte wordt geplaatst.
Artikel 3:
De betaling zal gebeuren met het krediet ingeschreven in het investeringsbudget van 2026, op budgetcode BP2026_2031-0/ACT-37/0670-00/228000/GEMEENTE/CBS/PI-023/U/0.
Artikel 4:
Een afschrift van deze beslissing wordt bezorgd aan Fluvius, Ter Waarde 90 te 8900 Ieper.
De huidige samenwerkingsovereenkomsten tussen de gemeente Staden en het Regionaal Landschap West-Vlaamse Hart vzw in het kader van:
het Bomenplan;
het West-Vlaams Kruisbestuiversplan;
lopen af eind 2025.
Beide overeenkomsten hebben in de voorbije jaren geleid tot een vlot werkende samenwerking en een duidelijke meerwaarde voor het gemeentelijk beleid inzake natuur, biodiversiteit en duurzaamheid. In het kader van de beleidsaccenten die het gemeentebestuur ook voor de volgende legislatuur wil behouden en versterken, wordt voorgesteld deze samenwerking verder te zetten voor de periode 2026–2031. Het gaat om volgende samenwerkingsovereenkomsten:
Dit plan beoogt een structurele samenwerking tussen de deelnemende gemeenten/steden en het Regionaal Landschap, met als doel het creëren van een betere leefomgeving voor bestuivers. De samenwerking omvat onder meer:
monitoring van bestuivers en hun leefgebieden;
sensibilisatie van inwoners, scholen en verenigingen;
advisering en uitvoering van concrete acties in het openbaar domein (zoals aanleg van bloemenrijke bermen, beheeradvies, bijenvriendelijke inrichting,…).
Het Bomenplan is een voortzetting van de huidige samenwerkingsovereenkomst Bomenplan STADEN. De nieuwe overeenkomst bouwt verder op:
de bestaande bomeninventaris;
het opgestelde beheerplan;
de kansenkaart voor bomenaanplant en -beheer.
De samenwerking biedt ondersteuning bij beleidsvoorbereiding, beheerplannen, adviesverlening, opvolging van beheermaatregelen en sensibilisatie rond het gemeentelijk bomenbestand.
Op 10 september 2025 heeft het bestuursorgaan van het Regionaal Landschap West-Vlaamse Hart de jaarlijkse gemeentelijke bijdragen voor de komende periode goedgekeurd. Deze blijven ongewijzigd ten opzichte van de vorige samenwerking (zie bijlages):
In het kader van 'gelijkblijvend beleid' werden de bedragen voorzien in het exploitatiebudget van het meerjarenplan 2026-2031.
Schepen Bart Coopman licht het agendapunt toe.
BESLUIT:
Artikel 1:
De gemeenteraad gaat akkoord om de overeenkomsten "Bomenplan en West-Vlaams Kruisbestuiversplan" te verlengen voor de periode 2026 tot en met 2031 en de nodige budgetten te voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.
Bij de heraanleg van het kruispunt Ommegang Noord - Provinciebaan - Ommegang Oost - Filip van Arteveldestraat is een stukje van het oude tracé van de Ommegang Noord (Chemin nr. 12) geruild met het aanpalend perceel. De ruilakte dateert van 25 september 1990.
Het betreffende stuk grond op de hoek van de Filip van Arteveldstraat en Ommegang Oost wordt verkocht. Bij de verkoop is vastgesteld dat er op het ogenblik van de ruil in 1990 geen opheffing is gebeurd van het deel openbare weg, deel van Chemin nr. 12.
In functie van de verkoop van het stuk grond en om voldoende rechtszekerheid te geven aan de koper wordt voorgesteld om alsnog deze procedure tot gedeeltelijke opheffing van Chemin nr. 12 te doorlopen.
Door het landmeterskantoor Geomex is in opdracht van de verkoper een dossier opgesteld en overgemaakt aan de gemeente.
Na de voorlopige vaststelling in de gemeenteraad van 23 oktober 2025 volgde er een openbaar onderzoek van 30 dagen. Tijdens het openbaar onderzoek heeft de gemeente geen bezwaren ontvangen.
De gedeeltelijke opheffing van Chemin nr. 12, deel tussen Filip van Arteveldestraat en Ommegang Oost, en de definitieve vaststelling van het rooilijnplan worden ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
Decreet gemeentewegen van 3 mei 2019.
Procedure:
Overeenkomstig artikel 4 van het decreet gemeentewegen dient elke wijziging van het gemeentelijk wegennet minstens aan volgende criteria te voldoen:
Het openbaar onderzoek liep van 7 november 2025 tot en met 6 december 2025.
Er werden geen bezwaren ingediend.
Overwegende dat de eigendomsoverdracht reeds is gebeurd in 1990 via een ruilakte, is er na het doorlopen van de procedure geen verdere actie vereist.
De waarde van het op te heffen deel wordt, op basis van het schattingsverslag opgemaakt door Geomex, geschat op nul euro.
De opheffing heeft geen financiële gevolgen.
Schepen Bonny Vergauwe licht het agendapunt toe.
BESLUIT:
Artikel 1:
De gemeenteraad keurt het voorstel tot gedeeltelijke opheffing van Chemin nr. 12 te Westrozebeke, tussen Filip van Arteveldstraat en Ommegang Oost, zoals aangeduid op het grafisch plan, goed.
Het grafisch plan, opgemaakt door Geomex met referentie 16M1150B (van 10 oktober 2025), vormt één geheel met deze beslissing.
Artikel 2:
De gemeenteraad stelt het ontwerp van rooilijnplan, opgemaakt door Geomex met referentie 16M1150B (van 10 oktober 2025), definitief vast.
Het ontwerp rooilijnplan vormt één geheel met deze beslissing.
In de gemeenteraad van 21 december 2023 werden de protocollen voor de optimalisatie van de water- en lichtvoorzieningen op de voetbalvelden goedgekeurd.
In februari 2024 werden deze protocollen ondertekend door de gemeente Staden en de drie betrokken voetbalclubs: SK Staden, SK Westrozebeke en SK Oostnieuwkerke.
De gemeente stelde voor om voor elke club een investeringssubsidie van 250.000,00 euro ter beschikking te stellen om de bespeelbaarheid van de voetbalvelden te verbeteren.
De maximale toelage bedraagt 250.000,00 euro.
Na overleg in de loop van het voorjaar 2025, kwamen de drie clubs overeen om een wijziging in het budget door te voeren. In plaats van 250.000,00 euro per club, kunnen de clubs nu elk 100.000,00 euro besteden aan de optimalisatie van hun velden.
Het resterende bedrag van 150.000,00 euro per club wordt opnieuw opgenomen in het budget voor het nieuwe meerjarenplan 2026-2031. Dat voorziet in de aanleg van drie hybride grasvelden - één voor elke vereniging.
Het budget van 100.000,00 euro moet worden besteed voor 31 december 2025, volgens de voorwaarden die zijn vastgelegd in het protocol. Facturen die na deze datum worden ingediend, komen niet meer in aanmerking voor betaling.
150.000,00 euro per protocol wordt opnieuw opgenomen in het nieuw meerjarenplan van 2026-2031. Dat voorziet in de aanleg van drie hybride grasvelden.
Bijlage 1: Addendum ‘protocol investeringstoelage voor infrastructuurwerken voor de bespeelbaarheid van de voetbalvelden te optimaliseren.
Schepen Rik Gevaert licht het agendapunt toe.
Raadslid Chris Verhaeghe (Open VLD) stelt vragen bij de gehanteerde werkwijze. Hij verwijst naar het strategisch meerjarenplan, waarin een bedrag van 400.000 euro is voorzien voor de drie voetbalclubs (ongeveer 133.000 euro per club). In de vorige legislatuur werd daarentegen een bedrag van 750.000 euro gereserveerd voor de drie clubs samen, voornamelijk gericht op verlichting en waterproblematiek. Watertekort in de zomer vormt volgens hem één van de grootste problemen voor alle drie de clubs. Van het eerder voorziene bedrag van 250.000 euro per club wordt nu 150.000 euro teruggevraagd, waardoor er per club in totaal 283.000 euro beschikbaar blijft. Hij merkt op dat de aanleg van een degelijk hybride grasveld al snel tussen de 350.000 en 400.000 euro kost.
Schepen Rik Gevaert antwoordt dat door het bestuur offertes werden opgevraagd voor de gelijktijdige aanleg van de drie grasvelden en dat de budgetten op basis van deze informatie werden afgestemd. Hij wijst er tevens op dat de terreinen onderling verschillen in grootte.
Raadslid Chris Verhaeghe blijft bezorgd over de kwaliteit van de aanleg, met bijzondere aandacht voor ondergrond, drainage en waterhuishouding. Hij benadrukt dat ook hybride gras voldoende water nodig heeft, terwijl hiervoor momenteel nog geen structurele oplossing bestaat. Schepen Rik Gevaert erkent deze nood en geeft aan dat er aan oplossingen wordt gewerkt. Er vond recent nog overleg plaats met de drie voetbalclubs en volgens hem zijn er pistes in zicht.
Raadslid Chris Verhaeghe geeft aan dat er bij de clubs toch bezorgdheden en frustraties leven. Aan het begin van het jaar was er sprake van kunstgras, terwijl nu gekozen wordt voor hybride gras. Daarnaast moeten de clubs middelen uit de vorige legislatuur teruggeven, terwijl de waterproblematiek nog niet is opgelost. Hij vraagt of de schepen ervan overtuigd is dat alle clubs het nieuwe protocol zullen ondertekenen. Schepen Rik Gevaert antwoordt bevestigend en stelt dat tijdens het overleg van de vorige avond geen signalen werden opgevangen dat de clubs hiermee niet akkoord zouden gaan, na de uitgebreide besprekingen van de voorbije maanden.
De schepen verduidelijkt verder dat de aanleg van kunstgras niet langer toegelaten is omwille van diverse problemen en dus geen optie meer was. Hybride gras heeft volgens hem als voordeel dat het langer meegaat en dat plaatselijke herstellingen mogelijk zijn, wat bij kunstgras niet het geval was. Elke keuze heeft voor- en nadelen. Raadslid Chris Verhaeghe merkt op dat hij informatie heeft ontvangen waaruit blijkt dat de garantie slechts 7 tot 10 jaar zou bedragen, afhankelijk van de intensiteit van het gebruik. De schepen stelt dat de garantie inderdaad afhankelijk is van de intensiteit van het gebruik en tussen 15 en 17 jaar zou liggen. Een bijkomend voordeel is dat bij problemen niet de volledige grasmat moet worden vervangen. Raadslid Chris Verhaeghe antwoordt dat deze garantie enkel geldt bij perfect onderhoud, waarbij waterhuishouding opnieuw een cruciale rol speelt. Hij vraagt of de bijkomende kosten voor beregening bij de clubs zullen worden gelegd. De schepen antwoordt ontkennend en geeft aan dat de gemeente hiervoor een oplossing zal zoeken.
Raadslid Veronique Devreker (Open VLD) vraagt tot slot of het probleem van het hellend terrein in Westrozebeke met deze ingreep zal worden opgelost. Schepen Rik Gevaert antwoordt dat de club in Westrozebeke nog een keuze moet maken over de locatie van het hybride grasveld en dat hierover momenteel nog twijfel bestaat.
BESLUIT:
Artikel 1:
De gemeenteraad keurt het aangepaste addendum voor het protocol water en licht voor de voetbalclubs, zoals gevoegd in bijlage bij dit besluit, goed.
In zitting van de gemeenteraad van 30 januari 2014 werd de engagementsverklaring tussen de gemeente Moorslede en de gemeente Staden houdende exploitatie zwembad "De Amfoor" Moorslede goedgekeurd. De statuten moeten hernieuwd worden in het laatste kwartaal van het voorlaatste jaar van de initiële looptijd.
Gelet op de beslissing van de raad, in zitting van 15 maart 2015, houdende oprichting van de interlokale vereniging 'De Amfoor iv'.
Gelet op de statuten van De Amfoor iv, zoals goedgekeurd in de raad van 15 maart 2015 en zoals aangepast in zitting van 21 februari 2019.
Gelet op artikel 3 van deze statuten dat bepaalt dat de interlokale vereniging wordt opgericht voor een periode van twaalf jaar vanaf 15 maart 2015.
Deze termijn kan, desgevallend, voor dezelfde of een andere termijn verlengd worden, voor zover de beslissing daartoe bij unanimiteit, door alle participerende gemeenteraden wordt getroffen in de loop van het laatste kwartaal van het voorlaatste jaar van de initiële looptijd;
Overwegende dat het de bedoeling is om de interlokale verenigingen te verlengen en dit ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de gemeenteraden van Moorslede, Staden Zonnebeke en Langemark-Poelkapelle.
De financiële bijdrage als participerende gemeente waarbij het aantal uren per schoolzwemmen als basis wordt opgenomen is 240,00 euro per uur.
Huishoudelijk reglement van het beheerscomité "De Amfoor iv".
Schepen Rik Gevaert licht het agendapunt toe.
Raadslid Koen Maertens (Open VLD) informeert naar de stand van zaken rond Sportoase. Op dit moment betaalt Staden hier niets voor, maar dat zal waarschijnlijk niet zo blijven. Hij vraagt hoe het bestuur hier tegenover staat en of er dan een keuze zal moeten gemaakt worden tussen Roeselare en Moorslede. Schepen Rik Gevaert meldt dat er voorlopig gekozen is om de samenwerking met Moorslede voor zes jaar verder te zetten. Er is momenteel geen vraag tot betaling vanuit Roeselare, dus dat moet nog worden afgewacht. Schepen Miet Vandenbulcke vult aan dat Roeselare geen optie zal zijn voor schoolzwemmen omdat het aantal uren daar reeds volledig volzet is.
Raadslid Joeri Deprez (Open VLD) merkt op dat er momenteel een korting geldt voor Stadenaars in Sportoase te Roeselare. Indien er in de toekomst een vraag komt en er wordt beslist om geen bijdrage te leveren, kan deze korting voor de inwoners van Staden vervallen. Schepen Miet Vandenbulcke antwoordt dat dit momenteel niet aan de orde is, maar dat er een afweging zal moeten worden gemaakt tussen kostprijs en korting indien dat in de toekomst het geval zou zijn. Burgemeester Ludwig Willaert vult aan dat er op dit moment geen signalen zijn vanuit Roeselare dat er op korte termijn betaald zal moeten worden.
Raadslid Geert Moerkerke (Open VLD) informeert naar de stand van zaken in de zoektocht naar zwembadwater in de regio en vraagt of er plannen zijn voor de aanleg van een nieuw zwembad in de regio. Schepen Rik Gevaert geeft aan dat weinig gemeenten bereid zijn te investeren in een zwembad wegens de hoge exploitatiekosten en verwijst naar de jaarlijkse kost van de gemeente Moorslede voor het zwembad, die ongeveer 900.000 euro bedraagt.
Raadslid Chris Verhaeghe informeert over openluchtzwemmen waarvoor Staden zich heeft ingeschreven en of er al concrete locaties zijn goedgekeurd. Schepen Bart Coopman antwoordt dat er een onderzoek loopt, maar dat er nog geen locaties zijn goedgekeurd.
BESLUIT:
Artikel 1.
De gemeenteraad keurt de voorgestelde vernieuwde van de statuten van "De Amfoor iv" goed.
Artikel 2.
De interlokale vereniging De Amfoor wordt verlengd met een periode van 6 jaar, ingaand op 15/03/2027 tot 14/03/2033.
Artikel 3.
De financiële bijdrage als participerende gemeente waarbij het aantal uren schoolzwemmen als basis wordt genomen, concreet 240,00 euro per uur schoolzwemmen, wordt goedgekeurd.
Overeenkomstig artikel XX van het huishoudelijk reglement diende raadslid Femke Verleye een motie in voor het behoud van het ruitersportcentrum De Rhille te Woumen na beslissing door Sport Vlaanderen.
Onze gemeente wordt, in navolging van meerdere West-Vlaamse gemeenten, gevraagd de motie te onderschrijven tegen de beslissing van Sport Vlaanderen om ruitersportcentrum De Rhille in Woumen te sluiten. Door goedkeuring van deze motie vraagt de gemeente Staden om de geplande sluiting van het ruitersportcentrum De Rhille in Woumen te herzien.
Bijlage 1: De motie voor het behoud van het ruitersportcentrum De Rhille - Sport Vlaanderen Woumen.
Raadslid Femke Verleye licht dit agendapunt toe.
BESLUIT:
Artikel 1:
Goedkeuring te verlenen aan de motie, zoals toegevoegd in bijlage, aan dit besluit en deze goedkeuring te richten aan de Vlaamse Regering t.a.v. Vlaams minister-president Matthias Diependaele en en Vlaams minister van Sport Annick De Ridder.
De Vlaamse Regering wil het aanbod aan betaalbare huurwoningen verhogen via een subsidie voor geconventioneerde verhuur (“budgethuren”).
Zowel private initiatiefnemers als woonmaatschappijen kunnen projecten realiseren van minstens drie woningen.
Binnen elk project moet minstens één derde bestaan uit:
Geconventioneerde huurwoningen:
Verhuur minstens 15% onder de marktprijs.
De ontwikkelaar ontvangt een maandelijkse subsidie van 30% van de markthuurprijs.
Sociale huurwoningen:
Verhuur minstens 25% onder de marktprijs.
De ontwikkelaar ontvangt een maandelijkse subsidie van 40% van de markthuurprijs.
Indien de woonmaatschappij de sociale woningen niet wenst te huren, mogen deze als geconventioneerde woningen worden verhuurd.
Woonmaatschappijen kunnen ook projecten realiseren die volledig bestaan uit geconventioneerde woningen, zonder verplicht aandeel sociale woningen.
De toewijzing van geconventioneerde woningen gebeurt volgens één van volgende systemen:
Vlaams toewijzingssysteem;
Vlaams toewijzingssysteem voor bijzondere doelgroepen;
Vlaams toewijzingssysteem met lokale binding (in werking sinds 15 september 2024);
Lokaal toewijzingssysteem via gemeentelijk reglement.
Gemeenten kunnen ervoor kiezen om een voorrang voor langdurige lokale woonbinding te activeren op hun grondgebied. Deze voorrang geldt voor kandidaten die:
in de periode van tien jaar voorafgaand aan de rangschikking;
minstens vijf jaar onafgebroken inwoner zijn of geweest zijn van de gemeente waar de woning gelegen is.
De voorrangsregel is van toepassing op de verhuring van geconventioneerde woningen die worden aangeboden via een oproep tot kandidaatstelling op het Woningportaal. De regel treedt in werking 14 werkdagen na de ontvangstbevestiging door Wonen in Vlaanderen van het gemeentelijke besluit tot activering van de voorrang.
Bij elke oproep tot kandidaatstelling wordt zichtbaar vermeld of de voorrangsregel van toepassing is. Wonen in Vlaanderen controleert of de kandidaat aan de voorrang voldoet en maakt twee willekeurig gerangschikte lijsten:
kandidaten mét voorrang;
kandidaten zonder voorrang.
De verhuurder wijst de woningen eerst toe aan de kandidaten met voorrang.
Bij vrije toewijzing (zonder oproep op het Woningportaal) geldt de voorrangsregel niet.
Dit besluit heeft geen financiële gevolgen.
Schepen Marc Van Ysacker licht het agendapunt toe.
BESLUIT:
Artikel 1:
De gemeenteraad keurt de voorrangsregel ‘lokale woonbinding’ goed voor de toewijzing van geconventioneerde huurwoningen op het grondgebied van de gemeente, zoals bepaald in de Vlaamse regelgeving inzake geconventioneerde verhuur.
Artikel 2:
Deze voorrangsregel geldt voor kandidaten die in de laatste tien jaar minstens vijf jaar onafgebroken in de gemeente inwoner zijn of geweest zijn.
Artikel 3:
De gemeenteraad neemt kennis van het feit dat de voorrangsregel van toepassing is op alle toekomstige oproepen tot kandidaatstelling voor geconventioneerde woningen die via het Woningportaal worden gepubliceerd, vanaf 14 werkdagen na ontvangstbevestiging door Wonen in Vlaanderen.
Artikel 4:
De beslissing over te maken aan Wonen in Vlaanderen volgens de voorgeschreven procedure.
Raadslid Chris Verhaeghe (Open VLD) meldt overlast van paarden in de omgeving van het Polderbos, onder meer rond het Vlonderpad. Er zijn tevens sporen van een koets, wat niet is toegelaten. Burgemeester Ludwig Willaert vraagt om de bijbehorende foto’s door te sturen zodat de situatie kan worden nagegaan.
Raadslid Joeri Deprez (Open VLD) informeert naar het gebruik van de deelfietsen. Hij vraagt of er cijfers beschikbaar zijn, of die positief zijn, en of een fietsenrek of bijkomende communicatie nodig is. Schepen Bart Coopman antwoordt dat de eerste cijfers positief zijn, met ruimte voor verbetering. Staden scoort goed ten opzichte van omliggende gemeenten en staat op de vierde plaats in de vervoerregio. Bij de start was het gebruik hoog. Er is een fout opgetreden waardoor momenteel enkel elektrische fietsen beschikbaar zijn; dit wordt in februari rechtgezet zodat de helft gewone en de helft elektrische fietsen beschikbaar zal zijn. Gewone fietsen zijn goedkoper maar minder comfortabel. Een evaluatie van het gebruik zal nodig zijn. De aanbieder plaatst de fietsen regelmatig netjes op een rij en vervangt batterijen. Raadslid Chris Verhaeghe (Open VLD) merkt op dat er ondanks het hoge gebruik ook nog veel fietsendiefstal rond de kerk voorkomt. Schepen Coopman antwoordt dat dit losstaat van de deelfietsen, maar dat de problematiek aan de politie moet worden doorgegeven. Deelfietsen zijn budgetvriendelijk, maar dat weerhoudt diefstal blijkbaar niet.
Raadslid Chris Verhaeghe (Open VLD) wijst op een toenemende drugsproblematiek in de gemeente, vooral doordat kleinere gemeenten vaak minder middelen hebben voor preventie. Burgemeester Ludwig Willaert bevestigt dat het een jammerlijk fenomeen is. De politiezone probeert hierop in te zetten, maar kampt met personeelstekort (ongeveer 10 openstaande vacatures).
Raadslid Koen Demonie (Vlaams Belang) informeert wanneer de slagbomen in de Schoolstraat in Oostnieuwkerke terug in gebruik worden genomen. Schepen Rik Gevaert antwoordt dat dit voorzien is begin 2026, vermoedelijk in januari.
Raadslid Koen Demonie (Vlaams Belang) informeert of er maatregelen zijn voor inwoners met incontinentieproblemen. Schepen Marc Van Ysacker verwijst naar zijn eerdere tussenkomst: er is een reglement inzake verzorgingsmaterialen, maar dit moet worden herwerkt omwille van praktische haalbaarheid en kleine bedragen. Dit wordt opgevolgd.
Raadslid Koen Maertens (Open VLD) complimenteert de technische dienst voor de zelfgemaakte kerstverlichting en vraagt waarom deze niet wordt doorgetrokken richting Kerkhofblommenstraat/Rysseveldstraat. Burgemeester Ludwig Willaert geeft aan dat deze suggestie kan worden meegenomen voor volgend jaar.
Raadslid Koen Maertens (Open VLD) informeert naar de stand van zaken omtrent de mogelijke rooi van de boom op de Markt. Burgemeester Ludwig Willaert meldt dat het schepencollege zijn antwoord in beraad houdt, rekening houdend met alle adviezen en elementen voordat een definitieve beslissing wordt genomen.
Raadslid Martijn Snaet (CD&V) stelt voor om via initiatief Mooimakers een signaal te geven tegen sluikstort, mede door de stijgende prijs van huisvuilzakken. Hij roept op tot actie en sensibilisatie en stelt voor dat raadsleden zelf het goede voorbeeld geven. Burgemeester Ludwig Willaert vindt dit een goed idee en zal dit doorgeven aan de juiste dienst. Raadslid Chris Verhaeghe stelt voor dat elk raadslid een straat claimt via Mooimakers.
Voorzitter van de gemeenteraad besluit de zitting met een warme oproep aan de raadsleden om zich in te schrijven voor de gemeentelijke nieuwjaarsreceptie op 9 januari 2026 in zaal Blommenhof.
De voorzitter sluit de zitting op 18/12/2025 om 22:29.
Namens gemeenteraad,
Tine Dochy
algemeen directeur
Sarah Van Walleghem
voorzitter