De notulen van de vorige openbare zitting van 29 september 2022 werden aan de raadsleden ter beschikking gesteld via e-notulen.
Artikel 44, 181 en 182 van het ocmw-decreet.
De notulen worden onder de verantwoordelijkheid van de algemeen directeur opgesteld. Elk raadslid heeft het recht tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen van de vorige vergadering. Aangenomen opmerkingen worden aangepast. Zonder opmerkingen, worden de notulen als goedgekeurd beschouwd en worden ze door de voorzitter en de algemeen directeur ondertekend.
Notulen openbare zitting van vorige vergadering 29 september 2022.
BESLUIT:
Artikel 1:
De notulen van het openbaar gedeelte van de vergadering van 29 september 2022 worden goedgekeurd.
Bij de opmaak van het meerjarenplan 2020-2025 worden assumpties gemaakt over de evolutie van de exploitatie-uitgaven en –ontvangsten, investeringen en leningen over een periode van 6 jaar, 2020 tot en met 2025.
In de loop van 2020 en 2021 werden een aantal meerjarenplanaanpassingen goedgekeurd door de gemeenteraad. In de huidige meerjarenplanaanpassing wordt het rekeningcijfer van 2021 opgenomen en worden de cijfers in de meerjarenplanaanpassing 2022 tot en met 2025 aangepast, zowel wat betreft het bedrag of het jaar waarin de uitgave of ontvangst zal gerealiseerd worden.
De gemeente- en OCMW-raad stellen elk hun deel van het meerjarenplan vast. Nadat dat gebeurd is, moet de gemeenteraad het deel dat de OCMW-raad heeft vastgesteld, goedkeuren.
In de huidige marktomstandigheden met heel hoge inflatie en diverse index-overschrijdingen, die resulteren in exuberante prijsstijgingen van elektriciteit, gas en de overige werkingsgoederen, alsook 5 indexaanpassingen voor de lonen, is het nodig om een structureel evenwicht te behouden op de autofinancieringsmarge. Ook de investeringsprojecten worden opnieuw geraamd rekening houdend met de verwachte prijsstijgingen, dit heeft een negatieve invloed op het gecumuleerd budgettair resultaat. Om aan beide evenwichten te voldoen dienen zonodig investeringen uitgesteld of geschrapt te worden.
De belangrijkste wijzigingen kan je terugvinden in de motivering van de wijzigingen bij de strategische nota en de motivering van de wijzigingen bij de financiële nota.
Burgemeester Francesco Vanderjeugd licht het agendapunt toe zowel voor het deel ocmw als voor het deel gemeente.
Raadslid Ludwig Willaert geeft aan dat de CD&V-fractie de nieuwe meerjarenplanaanpassing grondig heeft gelezen. De CD&V-fractie is zich bewust van de precaire financiële situatie, ook voor onze gemeente. Twee punten stemmen hen echter tot ontgoocheling. Het schrappen van de 1e fase fietsring (Sleihagestraat) en het afvoeren van het project bouwen ontmoetingscentrum Oostnieuwkerke, kunnen niet de goedkeuring wegdragen van de CD&V-fractie.
Het aanleggen van een nieuw fietspad in de Sleihagestraat is voor de CD&V-fractie prioritair. In het begin van de legislatuur werd een ambitieus project vooropgesteld zijnde een fietsring die de 3 kernen van de gemeente met elkaar verbindt. De CD&V-fractie juichte dit project toe. Maar al bij de 1e fase stokt dit ambitieuze project al. Een veilig fietsbeleid was toch een topprioriteit voor deze meerderheid?
Het stopzetten van het project "ontmoetingscentrum" draagt hun goedkeuring niet weg. Ze roepen op om te herbronnen over deze actie. Kan het niet wat soberder, moet het allemaal zo duur, luxueus en glorieus? Een degelijk resultaat (energiezuinig, voldoet aan geluidsnormen, ...) is zeker mogelijk voor een goedkoper bedrag mits de nodige creativiteit. Hun vrees is dat het project van de baan wordt geschoven en er nooit meer van zal komen. Dit is vooral zeer jammer voor de sociale en culturele verenigingen. Het raadslid refereert nog naar de belofte uit 2012 van een sporthal op de sportsite Oostnieuwkerke waar er na 10 jaar ook nog altijd geen realisatie van is.
Burgemeester Francesco Vanderjeugd repliceert op de opmerkingen van het raadslid. Verantwoordelijkheid nemen is niet zomaar smijten met centen als het ook op een andere manier kan. Omtrent de fietsring is het financieel onverantwoord om het fietspad aan te pakken los van werken in de straat zelf. Daarom werd het project (1e fase Sleihagestraat: nieuwe onderfundering, verwijderen van bomen) stopgezet maar dit betekent niet dat er geen inspanningen worden gedaan voor veilig fietsverkeer in de gemeente. In het project betonvakken wordt geld extra voorzien voor de heraanleg van noodzakelijke stukken van het fietspad van de Sleihagestraat en de Westrozebekestraat.
Het on hold zetten van de bouw van het ontmoetingscentrum is de enige, juiste keuze in deze context. De burgemeester geeft aan te kunnen voorspellen wat de kritiek van de oppositie ging zijn (luxueus, glorieus). Hij stelt echter duidelijk dat het niet ging om een glorieus, pompeus project. De initiële bouwprijs per m2 was niet overdreven, die was volledig marktconform. Er werd tegemoet gekomen aan de vraag van de verenigingen door het gebouw wat uit te breiden en m2 extra te voorzien in de zaal. Het is niet omdat het architecturaal een mooi ontwerp is, dat het moet worden afgeschilderd al luxueus en glorieus. Het was een heel functioneel gebouw ook met betrekking tot alle normen. Je kunt ook kiezen om daar een vierkante blok te zetten maar gelet op de waardevolle ligging bij het park, is een architecturaal kundig ontwerp een noodzaak. Op die manier wordt het mooie Brigidapark verbonden met de ontmoetingsruimte. Er werd zeer hard gezocht naar mogelijke bijsturingen om het haalbaar te houden maar de grote extra hap uit het budget zorgde ervoor dat het on hold zetten van dit project de enige verantwoorde keuze was. Er wordt ook niet stilgezeten, het college blijft zoeken naar een oplossing om dit project te realiseren.
Met betrekking tot investeringen voor veilig fietsverkeer, meldt de burgemeester dat er nog veel acties en budget is voorzien om het veilig fietsverkeer te optimaliseren. Dit blijft dus een topprioriteit voor deze meerderheid.
Raadslid Ludwig Willaert repliceert het jammer te vinden dat het project "ontmoetingscentrum" on hold wordt gezet. Het raadslid is van mening dat dit project wel kon worden gerealiseerd. Er worden nu budgetten bij voorzien voor projecten waar er zelfs nog geen plan voor is (vb. 30% voor Houthulststraat, Roeselarestraat). Neem een stuk van deze bedragen en dan kan er iets moois gezet worden. Mits inspanning en creativiteit was een realisatie wel mogelijk.
Omtrent het fietspad is de CD&V-fractie niet zo'n voorstander van het "lappen en tappen". Volgens het raadslid is er al veel geld gespendeerd aan bv. de betonvakken van de Westrozebekestraat. Onderhoudsbeurten zijn nodig maar op bepaalde momenten is het nodige om een volledige renovatie te doen. De vrees leeft dat voor deze twee fietspadstraten het maar een kortstondige oplossing is.
Schepen Geert Moerkerke meldt dat de Westrozebekestraat/Sleihagestraat in een dossier van Fluvius zitten voor de nieuwe riolering vanaf 2027-2030. Op die manier zullen deze straten volledig aangepakt worden in de volgende legislatuur.
Burgemeester Francesco Vanderjeugd vult aan dat er inderdaad nog geen plan is voor de Houthulststraat en Roeselarestraat maar we hebben wel ons engagement gegeven aan onze partners (Aquafin, Fluvius, ...). Dit betekent dat we het nodige budget moeten voorzien om het engagement te tonen en dat zij deze projecten op hun planning weerhouden. Hoogstwaarschijnlijk zal de eerste spadesteek nog niet voor deze legislatuur zijn maar je moet hier wel rekening mee houden. Als je de nodige budgetten niet voorziet, dan lieg je jezelf voor. Dan hou je geen rekening mee dat die projecten in de tijd duurder zullen zijn. Deze meerderheid kiest ervoor om nu rekening te houden met deze meerkost en de toekomstige bestuurders hier niet mee op te zadelen. Zoals de schepen zegt, kunnen we soms niet anders dan "lap - en tapwerk". Het is zinloos om de bovenbouw aan te pakken wetende dat er grote projecten komende zijn van diverse partners.
Raadslid Ludwig Willaert eindigt dit debat met betrekking tot het ontmoetingscentrum met de zin "Waar een wil is, is een weg". De burgemeester repliceert dat er verschillende wegen zijn om het doel te bereiken. Het is niet als er een wil is, dat je die ene weg moet nemen.
Raadslid Bart Coopman komt tussen en uit dat hij de aanpassing van het meerjarenplan een moedige oefening vindt in deze uitdagende tijden. Hij vindt het anderzijds een bijzonder spijtige zaak dat het ontmoetingscentrum geschrapt wordt. Anderzijds staat er nog altijd een ontmoetingscentrum... Qua energiezuinigheid zijn er daar wel nog wat uitdagingen. Hij vraagt om de energietoeslag toch niet toe te passen voor deze zaal. De verenigingen in Oostnieuwkerke kunnen geen slachtoffer worden hiervan. Het raadslid pleit om de opportuniteit te nemen om het dossier nog eens open te trekken en zeker in het licht van het masterplan sportsite Oostnieuwkerke. Hij vindt dat een aantal opportuniteiten nog eens moeten bekeken worden in het totale plaatje. Het raadslid wil wel wat meer informatie omtrent het jeugdhuis. Hij hoort in de wandelgangen dat er een oplossing wordt besproken met het jeugdhuis. Wat is de stand van zaken?
De burgemeester dankt het raadslid voor zijn correcte tussenkomst met de nodige nuance en begrip. De burgemeester haalt aan dat er gesprekken zijn met de vertegenwoordigers van het jeugdhuis maar beloftes zijn er niet gemaakt.
Raadslid Ludwig Willaert werpt naar aanleiding van deze bespreking het idee op tafel om het gebouw als gemeente aan te kopen en te renoveren. Raadslid Bart Coopman vraagt zich af of het pand waar het nu gelegen is, de best mogelijke locatie is. Burgemeester Francesco Vanderjeugd geeft aan dat er in het verleden wel wat problemen waren. Vandaar dat er ook een herlokalisatie voorzien was naar de site Zonneheem. De burgemeester belooft verder in gesprek te blijven met de vertegenwoordigers van het jeugdhuis en alle pistes open te houden. Omtrent het gebouw stelt hij zich de vraag of een renovatie haalbaar is. Dit moet allemaal verder worden onderzocht. De burgemeester meldt wel dat het bestuur het jeugdhuis een warm hart toedraagt en dat er zeker wordt gestreefd naar een goeie oplossing voor alle actoren.
Raadslid Bonny Vergauwe vraagt meer informatie omtrent de parking in de Spanjestraat. Hij vraagt in welke uitvoering deze parking wel zal gebeuren om zo'n hoge kostprijs te hebben.
De burgemeester geeft aan dat er wordt voor gekozen om deze parking op een heel deftige manier aan te leggen en niet gewoon een steenslagparking. Naast de parking wordt ook de brug gemaakt over De Mandel, er wordt met verlichting gewerkt, er komt een fietsdoorsteek en er is ook een WADI voorzien. De burgemeester belooft om het plan en de bijhorende berekeningen te bezorgen aan de raadsleden.
Schepen Geert Moerkerke vult nog aan dat de provincie heel veel buffercapaciteit oplegt. Het gaat daar om overstromingsgebied.
Raadslid Bonny Vergauwe vraagt zich af of deze hoge kostprijs voor de aanleg van een parking wel te verantwoorden is in tijden van crisis.
De burgemeester antwoordt dat het aanleggen van een steenslagparking ook een degelijke uitkoffering vraagt. Dit weegt financieel dan ook zwaar door. Het is dan ook een bewuste keuze om te kiezen voor de aanleg van een deftige parking. Voor heel veel mensen in Oostnieuwkerke is die parking heel belangrijk. Er wordt ook een degelijke fietsinfrastructuur voorzien. Het is de taak van de lokale overheid om te stimuleren dat er zoveel als mogelijk de fiets wordt genomen.
Raadslid Jan Depla komt tussen en meldt het ook jammer te vinden dat het ontmoetingscentrum in Oostnieuwkerke wordt on hold gezet. Er is al 250.000,00 euro aan studiekosten uitgegeven. Hij gaat er dan ook van uit dat het project opnieuw zal worden opgenomen. Het raadslid is wel verheugd met de degelijke parking langs de Spanjestraat die wordt voorzien. Vervolgens vraagt hij wat uitleg omtrent het feit dat de verkoop van het gemeentehuis Staden ingeschreven staat gespreid over twee jaar (2024 en 2025). Hoe zit dat in elkaar? Tenslotte vraagt het raadslid om het schrappen van de actie "aanbieden van drinkwater aan bezoekers." niet langer te vermelden. Dit is een besparing van 3500,00 euro. Het lijkt beter om dit te schrappen.
Burgemeester Francesco Vanderjeugd legt het systeem van VLABO (cfr. vorige gemeenteraad) uit omtrent de verkoop van het oude gemeentehuis te Staden. De inkomsten worden gespreid ingeschreven want er wordt gewerkt met een recht van opstal en de uiteindelijke grondaandelen zullen betaald worden door de finale kopers van de woningen.
Omtrent de actie betreffende het drinkwater was het idee om een tapinstallatie van De Watergroep te voorzien in het gebouw en dit wordt niet langer weerhouden. Dit zijn kleine besparingen die ook zorgen voor financiële ademruimte. De burgemeester geeft nog mee dat er wel wordt geknipt in het aanbod dranken in het gemeentehuis. De frisdranken worden geschrapt in kader van gezondheid. Er wordt in principe alleen nog water, koffie en thee aangeboden.
Raadslid Miet Vandenbulcke informeert naar de actie natuurbegraafplaats. De aanleg van deze natuurbegraafplaats is on hold gezet en ze vraagt zich wat er in de tussentijd met dit stuk grond zal gebeuren. Burgemeester Francesco Vanderjeugd geeft aan dat de afspraak met vorige eigenaar kan bestendigd worden omtrent het grazen van koeien.
BESLUIT:
Artikel 1:
De ocmw raad stelt de meerjarenplanaanpassing 2020-2025 (BP2020_2025-7) van het ocmw vast.
Artikel 2:
Het budgettair resultaat van het boekjaar van het ocmw in 2025 bedraagt -3.073.722,00 euro.
Het gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar van het ocmw in 2025 bedraagt 596.999,00 euro.
Het gecumuleerd budgettair resultaat 2025 bedraagt -2.476.724,00 euro.
De onbeschikbare gelden bedragen 1.100,00 euro, dit maakt dat het beschikbaar budgettair resultaat van het ocmw in 2025 -2.477.824,00 euro bedraagt.
De autofinancieringsmarge van het ocmw in boekjaar 2025 bedraagt -3.061.222,00 euro.
Artikel 3:
De kredieten van het ocmw voor het boekjaar 2022 (M3) worden goedgekeurd.
Soort krediet |
Totaal bedrag voor 2022 |
Totaal exploitatie-uitgaven |
9.700.487,00 euro |
Totaal exploitatie-ontvangsten |
7.416.471,00 euro |
Totaal investeringsuitgaven |
649.150,00 euro |
Totaal investeringsontvangsten |
481.069,00 euro |
Totaal financieringsuitgaven |
411.139,00 euro |
Totaal financieringsontvangsten |
0,00 euro |
Artikel 4:
Het geconsolideerd budgettair resultaat van het boekjaar in 2025 bedraagt -4.646.343,00 euro.
Het geconsolideerd gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar in 2025 bedraagt 12.209.738,00 euro.
Het geconsolideerd gecumuleerd budgettair resultaat 2025 bedraagt 7.563.395,00 euro.
De geconsolideerde onbeschikbare gelden bedragen in 2025 1.100,00 euro.
Het geconsolideerd beschikbaar budgettair resultaat in 2025 bedraagt 7.562.295,00 euro.
De geconsolideerde autofinancieringsmarge in boekjaar 2025 bedraagt 578.229,00 euro.
De geconsolideerde gecorrigeerde autofinancieringsmarge in 2025 bedraagt 855.251,00 euro.
Artikel 177 van het Decreet lokaal bestuur bepaalt dat de financieel directeur in volle onafhankelijkheid rapporteert over de volgende aangelegenheden aan de raad:
1/ de vervulling van zijn opdrachten vermeld in dit artikel
2/ de thesaurietoestand, de liquiditeitsprognose, de beheerscontrole en de evolutie van de budgetten
3/ de financiële risico’s.
De financieel directeur stelt tegelijkertijd een afschrift van rapportering ter beschikking aan de algemeen directeur.
Decreet van 12 december 2017 (decreet lokaal bestuur) en latere wijzigingen, in bijzonder artikel 177
Dit rapport over het derde kwartaal werd opgesteld als een geïntegreerd rapport voor gemeente en ocmw Staden samen. Er werd voor gekozen om het rapport om te zetten in een soort dashboardmodus waardoor er per kwartaal kan worden gerapporteerd in plaats van per semester. In het dashboard worden volgende onderdelen opgenomen: debiteurenbeheer, crediteurenbeheer, thesaurie, budgetopvolging van exploitatie en investeringen. Daarnaast wordt een korte toelichting geschreven bij elk onderdeel. In bijlage kan u het volledig rapport terugvinden.
Financieel rapport van de financieel directeur na het derde kwartaal 2022 in bijlage.
BESLUIT:
Artikel 1:
De raad neemt akte van het financieel rapport gemeente en ocmw Staden van de financieel directeur na het derde kwartaal 2022.
Artikel 2:
Er wordt een afschrift van dit rapport bezorgd aan de algemeen directeur.
De raad stelde op 19 mei 2022 de jaarrekening vast over het financiële boekjaar 2021. Het gemeentebestuur publiceerde dit op de gemeentelijke website en bracht de toezichthoudende overheid hiervan op de hoogte op 23 mei 2022. De digitale rapportering werd bezorgd op 31 mei 2022.
Op 7 oktober 2022 keurde de gouverneur deze jaarrekening goed.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 332, §1
Uit het onderzoek van de jaarrekening blijkt dat ze juist en volledig is en dat ze een waar en getrouw beeld geeft van de financiële toestand van het bestuur.
De jaarrekening 2021 werd door de gemeenteraad van 19 mei 2022 vastgesteld als volgt:
Brief gouverneur en goedkeuring van de jaarrekening 2021.
Burgemeester Francesco Vanderjeugd licht het agendapunt toe.
BESLUIT:
Artikel 1:
De raad neemt kennis van de goedkeuring door de gouverneur op 7 oktober 2022 van de jaarrekening over het financiële boekjaar 2021.
Gezinnen die door betalingsproblemen zijn gedropt door hun energieleverancier, worden verder beleverd door de distributienetbeheerder. Als ze ook daar hun facturen niet meer kunnen betalen, plaatst de netbeheerder een oplaadbare budgetmeter, die toelaat het verbruik vooraf te betalen. Sinds het najaar van 2009 gebeurt dit ook voor aardgas. In tegenstelling tot de minimale levering aan 10 ampère via budgetmeter voor elektriciteit, biedt de budgetmeter voor aardgas geen technisch betrouwbare en veilige mogelijkheid daartoe. Wie niet oplaadt en ook zijn noodkrediet (1.000 kWh) heeft opgebruikt, valt zonder aardgas totdat hij de meter opnieuw oplaadt met de budgetmeterkaart.
Om te vermijden dat mensen vanwege een gebrek aan financiële middelen om op te laden in de winter zonder verwarming zouden vallen, voorzag de Vlaamse overheid vanaf de winter van 2010 een alternatief. Dat laat de ocmw's toe om aan behoeftigen een beperkte financiële steun toe te kennen om op te laden. Deze financiële tussenkomst staat voor een minimale hoeveelheid aardgas, goed voor een minimaal comfort. De ocmw's beschikken hiermee over een extra instrument om een financiële tussenkomst te doen in de energiekosten. De kost ervan kunnen ze grotendeels recupereren via de netbeheerders. Het systeem blijft facultatief voor de ocmw's en wie in het systeem wil stappen moet daarover een beslissing nemen.
De minimale levering via de aardgasbudgetmeter is van toepassing voor de winterperiode die in dit verband gedefinieerd is van 1 november 2022 tot 31 maart 2023. Door een wetswijziging is deze periode niet langer verlengbaar. Afhankelijk van de noden van betrokken gezinnen kunnen de tussenkomsten dus maximaal gedurende 5 maanden worden toegekend.
De minimale levering aardgas via de aardgasbudgetmeter is van toepassing voor de periode die in dit verband gedefinieerd is van 1 november 2022 tot en met 31 maart 2023. De raad keurt de toekenning van de minimale levering aardgas via budgetmeter goed vanaf datum aanvraag tot het einde van de winterperiode, tenzij gewijzigde omstandigheden de toekenning overbodig maakt.
Deze regeling valt onder de algemene maatschappelijke dienstverlening die de ocmw’s op basis van de ocmw-wet toekennen (artikel 1 en artikel 57, §1). Dat betekent dat de algemene regels inzake ocmw-dienstverlening van toepassing zijn.
Klanten die hun aardgas budgetmeterkaart niet voldoende kunnen opladen in de toepassingsperiode (en zonder aardgas voor verwarming dreigen te vallen), kunnen een hulpvraag indienen bij het ocmw. Dit kan ook al voor de eigenlijke start van de toepassingsperiode op 1 november.
De distributienetbeheerder (DNB) bezorgt het ocmw wekelijks een lijst van afnemers die tussen november en maart gedurende dertig dagen niet opladen en waarvoor de netbeheerder op basis van gekend oplaadgedrag en verbruikspatroon inschat dat er een reële kans bestaat dat ze zichzelf afsluiten van aardgas en daardoor zonder verwarming dreigen te vallen. Het gaat hier dus om afnemers waarvoor een vermoeden bestaat dat ze opladingsmoeilijkheden hebben. Het ocmw kan deze mensen contacteren om na te gaan of er effectief een probleem is en of zij de ‘minimale levering via de aardgasbudgetmeter’ willen aanvragen.
De wekelijkse lijsten zijn cumulatief en bevatten:
In de periode november 2022 tot en met maart 2023 kunnen de OCMW’s opnieuw halfmaandelijkse tussenkomsten voor een minimale levering van aardgas toekennen aan mensen voor wie na een sociaal onderzoek blijkt dat ze hun budgetmeter onvoldoende kunnen opladen en daardoor zonder verwarming dreigen te vallen.
In de context van de energiecrisis gaf de Vlaamse regering op 30 september 2022 haar principiële goedkeuring aan bijkomende maatregelen om de impact van de extreem hoge energieprijzen voor de gezinnen te verlichten.
Betreffende de minimale levering aardgas werden twee beslissingen genomen om deze maatregel te versterken:
Bedrag:
De hoogte van de de tussenkomst is afhankelijk van:
Uitzondering: Omwille van de hoge energieprijzen werden de bedragen van de halfmaandelijkse tussenkomsten verhoogd op basis van de geldende tarieven vanaf 31 december. De verhoging komt er vanaf 1 februari en zal gelden tot en met 31 maart.
Voor gewone afnemers is het bedrag vanaf 1 februari 2022:
- voor een appartement: 77,66 euro per halve maand
- voor een rijhuis of hoekhuis (maximaal 2 open gevels): 110,66 euro per halve maand
- voor een vrijstaand huis of een huis met meer dan 2 open gevels: 132,66 euro per halve maand.
Voor beschermde afnemers is het bedrag vanaf 1 februari 2022:
- voor een appartement: 20,66 euro per halve maand
- voor een rijhuis of hoekhuis (maximaal 2 open gevels): 29,66 euro per halve maand
- voor een vrijstaand huis of een huis met meer dan 2 open gevels: 34, 66 euro per halve maand.
Schepen Nathalie Depuydt licht het agendapunt toe.
BESLUIT:
Artikel 1:
De Raad keurt het intreden in het systeem van minimale levering aardgas zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse regering, voor de winterperiode 2022-2023 goed.
In januari 2020 werd het VSB (Vlaamse sociale bescherming)-besluit aangepast. Paragraaf 2 van artikel 509/1 stelt dat men bij afwezigheid van de bewoner een korting op de bewonersfactuur moet voorzien van minstens 10% van de laagste dagprijs in het woonzorgcentrum voor de door hem niet-gebruikte diensten en leveringen. De terugbetaling gaat in vanaf de eerste volledige dag dat een bewoner afwezig is.
Uit een analyse in woonzorgcentrum De Oever blijkt dat men een afwezigheidspercentage hanteert van 25%. Dit percentage wijkt sterk af van het voorstel in het VSB-besluit alsook van het toegepaste afwezigheidspercentage in de sector.
Decreet houdende de Vlaamse Sociale bescherming van 18/05/2018.
Het toegepaste kortingspercentage van 25% bij afwezigheid in woonzorgcentrum De Oever komt overeen met een korting van 15,06€ (25% van 60,25 €) per dag voor de bewoner.
Het kortingspercentage van 25% staat niet in verhouding tot de niet-gebruikte diensten. Wanneer een bewoner afwezig is, zal de personeelsplanning en dus de personeelskost niet wijzigen. De 10% zoals vermeld in het VSB-besluit komt vaak overeen met de kostprijs van de niet-gebruikte maaltijden.
Woonzorgcentrum De Oever wijkt met het afwezigheidspercentage van 25% bovendien sterk af van andere woonzorgcentra.
In de referentieperiode juli 2021 tot en met juni 2022 waren er in woonzorgcentrum De Oever 624 afwezigheidsdagen. Concreet werd hiervoor in totaal 9 399,00 euro in mindering gebracht van de bewonersfacturen. Indien het kortingspercentage 10% zou bedragen, dan zou dit voor deze referentieperiode een meeropbrengst betekenen van circa 5 639,00 euro.
Het wijzigen van het bedrag van een korting is een wijziging van de schriftelijke overeenkomst en moet voor bestaande bewoners doorgevoerd worden via een addendum dat door beide partijen moet ondertekend worden. Als de bewoner of zijn vertegenwoordiger niet akkoord gaat, kan de bewoner verder in het woonzorgcentrum verblijven op basis van de voorheen gesloten overeenkomst.
Gezien het weinig waarschijnlijk is dat de huidige bewoners akkoord zullen gaan met een wijziging van het afwezigheidspercentage, stellen we voor om de schriftelijke overeenkomst aan te passen en deze enkel toe te passen voor de bewoners die worden opgenomen vanaf 1 oktober 2022. In het softwarepakket zullen we dan twee kortingspercentages voorzien met name 25% voor de bewoners die zijn opgenomen vóór 1 november 2022 en 10% voor de bewoners die zijn opgenomen na 1 november 2022.
Schepen Nathalie Depuydt licht het agendapunt toe.
Raadslid Ludwig Willaert meldt dat zijn fractie de situatie wel begrijpt maar het feit dat er twee systemen naast mekaar zullen bestaan, geeft een gevoel van 2 maten en 2 gewichten. Is dit niet voor een stuk discriminerend?
Schepen Depuydt beantwoordt dat het hier gaat om wetgeving en dat er wettelijk geen andere oplossing is. Schriftelijke overeenkomsten kunnen niet éénzijdig worden aangepast. Het voorstel om een addendum te ondertekenen zal wel worden voorgelegd aan de huidige bewoners. Maar dit kan niet verplicht worden.
Raadslid Hans Mommerency komt nog tussen met de vraag: is het rechtvaardig dat voor dezelfde handeling voor twee personen iets verschillends wordt aangerekend?
Burgemeester Francesco Vanderjeugd duidt dat de bestaande korting van 25% op de ligdagprijs aldus gaat om een maatregel met een uitdovend karakter.
BESLUIT:
Artikel 1:
De hieronder vermelde paragraaf uit de schriftelijke overeenkomst aan te passen als volgt:
2.2.1 ‘toegestane kortingen bij afwezigheid’ in de schriftelijke overeenkomst wijzigen vanaf 1 november 2022 naar:
"In geval van afwezigheid of van hospitalisatie van de bewoner wordt vanaf de 1e volledige dag afwezigheid (>24 uur) een korting voorzien van 10% op de geldende dagprijs. De dag van vertrek of van hospitalisatie, alsook de dag van heropname wordt als een volledige dag beschouwd."
Op 07 september 2010 werd een nieuw opnamebeleid goedgekeurd voor de woonzorgcentra ‘Home St.-Jan Staden en ‘Heilige Familie Oostnieuwkerke’, met het oog op de samensmelting naar woonzorgcentrum de Oever in 2012/2013.
Hierbij werd een actiever en selectiever wachtlijstbeheer uitgewerkt met als voornaamste doelstellingen:
In het kader van financiële optimalisatie werd er in 2022 beslist om te streven naar een zorggraad van minstens 83 % en een bezettingsgraadforfait van 96 %.
Met het huidige reglement slaagt woonzorgcentrum De Oever er niet in om deze doelstelling te bereiken.
Het reglement is verouderd, rigide en sluit niet langer aan bij de behoeften en noden van de organisatie.
Woonzorgdecreet 2009
Een woonzorgcentrum moet volgens het woonzorgdecreet een duidelijke communicatie voeren omtrent het opnamebeleid. Het aantal potentieel kandidaat-bewoners op de wachtlijst is de afgelopen jaren sterk is gedaald.
Woonzorgcentrum De Oever streeft naar financiële optimalisatie met een zorggraad van minstens 83 % en een bezettingsgraadforfait van minstens 96 %.
In het nieuwe voorstel worden garanties ingebouwd om Stadenaars en gelijkgestelden steeds voorrang te geven op de wachtlijst. De opnamecommissie kan snel en vlot beslissen om een niet-Stadenaar toegang te geven tot de opnamelijst indien er geen Stadenaars op de wachtlijst staan.
- oud reglement
- nieuw reglement
Schepen Nathalie Depuydt licht het agendapunt toe.
Raadslid Bart Coopman meldt begrip te hebben voor deze aanpassing. Een woonzorgcentrum moet er zijn voor de mensen die dit het meest nodig hebben. Hij is wel wat bezorgd om de stijging van de zorggraad en impact hiervan op de medewerkers.
Hij heeft het reglement grondig doorgenomen maar heeft nog wat inhoudelijke vragen inzake de categorisering zoals deze nu is voorzien en specifiek omtrent de rol van de partner in het verhaal van opname. Het is aangewezen om een koppel in die fase van hun leven zo lang mogelijk samen te houden.
Hij vraagt zich af of het nodig is om de vooropgestelde 4 categorieën te behouden. Is het tussenniveau van categorie 2 wel echt nodig? Het kan misschien eenvoudiger.
De bedoeling van zo'n reglement is nog altijd om ervoor te zorgen dat zorgbehoevenden die het echt nodig hebben op de meest comfortabele manier gehuisvest worden.
Schepen Nathalie Depuydt geeft meer uitleg omtrent de gestelde vragen. De schepen duidt de evolutie van de zorggraad. Het vorige reglement dateert nog uit de tijd van de fusie van de twee oude rusthuizen. Toen waren het 2 verschillende instellingen met een ander doelpubliek. Toen werd gekozen voor een zorggraad van 70-30. Maar na 10 jaar is dit natuurlijk geëvolueerd en is een zorggraad van 85% het meest aangewezen.
Omtrent de druk op de medewerkers, erkent schepen Depuydt dat de zorggraad inderdaad meer werkdruk met zich meebrengt. Langs de andere kant nuanceert de schepen het gegeven dat er in het gebouw ook wel een diversiteit is van zorggraad per afdeling. Het is dan ook aangewezen dat medewerkers over de afdelingen heen elkaar gaan helpen om de werkdruk haalbaar te houden. Het stopt niet aan de deur van de eigen afdeling. De werkdruk moet geëvalueerd worden op organisatieniveau.
Raadslid Bart Coopman beaamt deze stelling van de schepen en is van oordeel dat de benadering per organisatie meer kansen geeft voor spreiding van fysiek belastende taken. Door de krapte op de arbeidsmarkt moet hier de nodige aandacht voor zijn. Als je met een zware zorggraad zit en je kampt met veel uitval van medewerkers, belast je natuurlijk de nog aanwezige medewerkers extra. Er moet blijvend gestreefd worden naar een evenwicht en er alles aan doen om het werken in De Oever zo comfortabel mogelijk te houden.
Omtrent de categorieën is het een bewuste keuze om voor je medewerkers de gelijkstelling als Stadenaars te voorzien. Het is een manier om mensen die bij ons tewerkgesteld worden nog een beetje meer aan ons te binden. Raadslid Bart Coopman heeft hier geen probleem mee maar vraagt dit wel binnen afzienbare tijd te evalueren. Het is belangrijk om te zien of we op die manier geen drempel inbouwen die de zaken bemoeilijkt.
Schepen Nathalie Depuydt toont tenslotte in het reglement waar de bepaling staat omtrent de partners van bewoners. Partners van reeds opgenomen bewoners kunnen versneld op de opnamelijst komen rekening houdende met de vooropgestelde zorgbehoevendheidsgraad. Deze regeling is niet veranderd ten opzichte van het vorige reglement.
BESLUIT:
Artikel 1:
De aanpassing reglement opnamebeleid en wachtlijstbeheer voor woonzorgcentrum De Oever, zoals bepaald in bijlage bij dit besluit, wordt goedgekeurd.
De voorzitter sluit de zitting op 27/10/2022 om 20:18.
Namens ocmw-raad,
Tine Dochy
algemeen directeur
Martine Zoete
voorzitter