Op 19 december 2019 heeft de gemeenteraad het belastingreglement op tweede verblijven goedgekeurd. Toepassing van bovengenoemde reglement eindigt op 31 december 2025. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 dient dit reglement hernomen te worden met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
In het nieuwe reglement wordt voorgesteld om de heffing te verhogen van 1.000,00 euro tot 1.500,00 euro per tweede verblijf. Alle overige bepalingen blijven ongewijzigd.
De belasting op tweede verblijven heeft als doel om bij te dragen aan een evenwichtige woonontwikkeling in onze gemeente. Tweede verblijven worden meestal niet permanent bewoond, maar zorgen wel voor bijkomende kosten voor de gemeente, zowel op het gebied van administratie en veiligheid, als onderhoud van wegen, nutsvoorzieningen en afvalbeheersing. De belasting helpt om deze kosten eerlijk te verdelen tussen alle gebruikers van gemeentelijke diensten.
De huidige belastingtarieven zijn al meerdere jaren ongewijzigd gebleven. In die periode zijn de algemene kosten voor gemeentelijke dienstverlening en infrastructuur gestegen. De verhoging van 1.000,00 euro naar 1.500,00 euro zorgt ervoor dat het tarief opnieuw in verhouding staat tot:
de reële kosten die de gemeente maakt;
de evolutie van de levensduurte en inflatie.
Daarnaast sluit de verhoging aan bij het woonbeleid van de gemeente. Door het bezit van tweede verblijven iets zwaarder te belasten, wil de gemeente het gebruik van woningen als hoofdverblijf aanmoedigen. Zo dragen dit bij aan een levendige woonomgeving en gemeenschap.
De ontvangsten worden ingeschreven in de strategisch meerjarenplan 2026-2031 onder fiscale ontvangsten onder het MAR 7377.
Burgemeester Ludwig Willaert licht het agendapunt toe.
Raadslid Veronique Devreker (Open VLD) gaat akkoord dat een tweede verblijf geen gezinswoning is en dat hiervoor een vergoeding mag gevraagd worden. Tegelijk wijst ze erop dat tweede verblijvers ook bijdragen aan de lokale economie door aankopen in winkels en horeca. Het punt van discussie voor de Open VLD-fractie is echter de verhoging van 50% in één keer. Volgens het raadslid zou het logischer zijn om deze verhoging gefaseerd of stelselmatig door te voeren. Ze merkt daarbij op dat aan de kust de tarieven voor een tweede verblijf momenteel lager liggen.
Burgemeester Willaert licht toe dat het voorstel geldt voor alle gemeenten van de intergemeentelijke woondienst en dat deze regeling dus ook in de buurgemeenten op dezelfde manier zal worden toegepast.
Raadslid Koen Demonie (Vlaams Belang) vraagt bijkomende uitleg over de beweegredenen van de heffing op tweede verblijven.
Burgemeester Ludwig Willaert verduidelijkt dat tweede verblijvers geen gemeentebelasting betalen omdat ze niet gedomicilieerd zijn in Staden. Ze genieten echter wel van gemeentelijke voorzieningen zoals onderhoud van wegen en nutsvoorzieningen. Het is daarom billijk dat zij een deel van deze kosten meebetalen.
Raadslid Koen Demonie wijst op een concreet dossier waarbij een tweede verblijf belasting moet wordt betaald, terwijl het verblijf geen stromend water, badkamer, keuken of binnendeuren heeft. Hij stelt dat dit niet logisch lijkt en dat de betrokkenen zich via de rechtbank moeten verweren tegen de heffing. De burgemeester merkt op dat de gemeente geen invloed heeft op de inrichting van het tweede verblijf en daarom geen uitspraak kan doen over individuele dossiers.
Raadslid Geert Moerkerke (Open VLD) vraagt naar het aantal tweede verblijven in Staden. De burgemeester antwoordt dat het om ongeveer 10 à 20 dossiers gaat.
BESLUIT:
Artikel 1:
Het belastingreglement op tweede verblijven geldig van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt goedgekeurd en treedt in werking vanaf 1 januari 2026.
Artikel 2:
Het belastingreglement op tweede verblijven geldig van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 is toegevoegd als bijlage en vormt één geheel met dit besluit.