Het meerjarenplan bevat alle financiële afspraken tussen de gemeente en het eredienstbestuur voor de periode 2026-2031.
Het rapport bestaat normaal gezien een strategische nota en een financiële nota.
Aangezien er geen centraal kerkbestuur is in Staden, dient elk eredienstbestuur apart een meerjarenplanning in.
Op basis van een goedgekeurd meerjarenplan worden de budgetten voor de volgende jaren ingediend. Indien een budget niet past binnen het goedgekeurde meerjarenplan moet opnieuw overlegd worden met het gemeentebestuur.
De kerkraad van Onze-Lieve-Vrouw heeft 23 juni 2025 het meerjarenplan 2026-2031 vastgelegd, en 22 oktober 2025 de meerjarenplanning voorgelegd aan de bisschop van Brugge.
Het bisdom gaf positief advies op 6 november 2025, als erkend representatief orgaan van de eredienst.
De gemeenteraad beschikt over een termijn van 100 dagen die begint te lopen de dag na het binnenkomen van het advies van het bisdom om het meerjarenplan goed te keuren.
Kerkfabriek Onze Lieve Vrouw maakte een strategische nota voor de periode 2026-2031 voor een totaal bedrag van 655.000 euro. Er werd in de nota melding gemaakt van een prioritisering. Na overleg wordt akkoord gegaan met 300.000 euro investeringen:
In het voorgelegde meerjarenplan wordt de investeringstoelage van het gemeentebestuur herhaald in 2028-2029-2030-2031, voor een bedrag van 221.000 euro, dit voor het geval de werken vertraging zouden oplopen. Het is niet de bedoeling dat deze bedragen cumulatief in het meerjarenplan van de gemeentebestuur opgenomen worden. Bij vertraging kunnen de budgetten met een budgetwijziging doorschuiven naar een volgend jaar.
De exploitatietoelage daalt in de toekomst doordat alle doorgeefleningen in 2025 volledig afgelost zijn.
De investeringstoelage wordt als volgt vastgelegd:
BESLUIT:
Artikel 1:
Het meerjarenplan omvattende een strategische nota en een financiële nota van kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw wordt gedeeltelijk goedgekeurd. Volgende investeringen worden weerhouden: 300.000 euro wordt bestemd voor de laatste fase van de dakwerken en het buitenschrijnwerk van de sacristie.
Artikel 2:
De gemeentelijke toelage wordt vastgesteld als volgt: